Uitgelicht Crash Course Fotografie

Betere reisfoto’s maken: 10 winners voor beginners

Reisfoto’s maken: voor veel mensen is het de eerste kennismaking met de wondere wereld van de fotografie. Maar hoe neem je min of meer degelijke vakantiefoto’s zonder daar eerst een uitvoerige opleiding voor te moeten doorploegen? Deze snelcursus fotografie geeft je tien eenvoudige tips om betere reisfoto’s te maken. En daar hoef je noch enige technische kennis noch een dure camera voor te hebben. Leuk toch?

 

‘Heilige Maria, Moeder Gods! Wat een glorieuze reisfoto’s! Kan je me snel even leren hoe ik er ook zo’n maak!?’ Moest ik elke keer wanneer iemand me die vraag stelde vijf euro hebben gekregen, zou ik nu exact tien euro rijker zijn. Hoog tijd dus om een persoonlijke snelcursus reisfotografie online te zwieren. Eerst even de initiële vraag beantwoorden. Helaas pindakaas: ik kan jullie dit niet ‘snel even leren.’ Er bestaat geen toverstok waarmee je iemand op een uur of vijf alle knepen van het vak kunt bijbrengen – elke cursus die dat belooft mag je meteen in de vuilnisbak smijten. Professionele reisfoto’s maken vergt een degelijke opleiding, jarenlange oefening, het geschikte materiaal en liefst ook wat sweet sweet aangeboren talent.

“Er bestaat geen toverstok waarmee je iemand op een uur of tien professionele reisfoto’s kunt leren maken. Maar dat wil niet zeggen dat je mits wat aanpassingen niet beter kan worden.”

Zelf volgde ik drie jaar lang avondschool bij Syntra. Het woord ‘avondschool’ is hier belangrijk. Voor ik me vol op m’n creatieve passies stortte, zorgde ik er namelijk eerst voor dat ik een degelijk diploma op zak had. Je kunt immers nooit op voorhand weten waar je creatieve plafond ligt, en een officieel getuigschrift fotografie betekent drie keer niks als je eigenlijke foto’s ongeïnspireerde platte ruk blijken te zijn. Met participatietrofeeën betaal je je rekeningen niet, so git gud.

 

Betere reisfoto’s maken: 10 winners voor beginners

Er bestaat dus geen wondermiddel om plots in Steve McCurry te veranderen – anders had ik het zelf ook genomen. Wat ik je wel kan aanbieden, zijn een aantal absolute basistips waarmee je je huidige reisfoto’s er onmiddellijk een pak beter kan doen uitzien. Het aangename van deze tips is dat je er technisch gezien geen hol van je camera voor hoeft te snappen. Het gaat hier puur om het kadreren van je beeld, wat je er opzet en hoe je met je modellen omgaat. Over hoe je camera en je lenzen het uitzicht van je reisfoto’s bepalen hebben we het later nog wel eens. Je gaat in de eerste kleuterklas ook geen Kafka staan voorlezen. Laat ons er dus meteen invliegen: stilte in de klas, braaf noteren en voor je het weet mag je een bank vooruit (kus van de meester optioneel).

 

1.  Durf mensen aan te spreken om een expressieve reisfoto te maken

Stel: je loopt door een exotisch en erg fotogeniek stukje buitenland. Top! Neem de tijd om rustig even om je heen te kijken. Zie je ergens tralies, grachten of jobstudenten verkleed als pandaberen? Nee? Dat komt omdat je niet in een dierentuin staat. Als je van iemand een foto wil nemen zal je het dus eerst moeten vragen. Dat is niet enkel beleefd, het heeft ook een paar voordelen. 1. Je komt niet over als de zoveelste boerse toerist en knoopt misschien wel een leuk gesprek aan. 2. Mensen die vrijwillig poseren, doen meer hun best om goed op de foto te staan.

“Stel: je loopt door een exotisch en fotogeniek stukje buitenland. Zie je ergens tralies, grachten of jobstudenten verkleed als pandaberen? Nee? Dat komt omdat je niet in een dierentuin staat. Als je van iemand een foto wil nemen zal je het dus eerst moeten vragen.”

Betekent dit dat je nooit een candid foto mag schieten van een spontaan tafereel? Natuurlijk mag dat, maar portretten zijn bijna altijd mooier als je contact maakt met het model. Kijk naar de bovenstaande beelden en vraag je af hoe het meisje in het blauwe kleed op de foto zou staan moest ik ongevraagd een lens in haar gezicht hebben geduwd. De groepsfoto op Miami Beach zou zonder vooraf mensen aan te spreken zelfs nooit gemaakt kunnen worden. Stop dus met stiekem lelijke snapshots te nemen en werk wat aan je sociale skills. Don’t be a dick: ask for that pic.

 

2.  Probeer mensen natuurlijk op de foto te krijgen

Moed bijeengesprokkeld en iemand voor je lens gekregen? Bravo, jij kampioen jij! Maar hoe maak je er nu een spontaan lijkend reisportret van? Dat varieert van model tot model. Sommige mensen – zoals de Indische jongens hierboven – zijn van nature extravert en hebben enkel wat aanmoediging nodig. Oneliners als: ‘Komaan mannen! En nu alsof ge er goesting in hebt!’ zouden hier moeten volstaan. Anderen vergen meer overtuigingskracht of verkrampen zelfs volledig zodra er een camera opduikt. Deze mensen lijden aan het syndroom van Chandler Bing. Mijn favoriete methode om hier mee om te gaan is om alles eerst heel ernstig aan te pakken: ‘Schouders recht, borst vooruit! In de lens kijken aub!’ Wanneer ze dan totaal geblokkeerd staan te poseren, flap ik er plots iets compleet belachelijk uit waardoor ze in het beste geval spontaan in de lach schieten. Als zelfs dat niet werkt, kan je er nog altijd voor opteren het model niet in de lens maar naar een punt boven of naast je te laten kijken zoals het meisje in het midden. Dit zorgt vaak voor dromerige, filmische beelden.

 

3.  Let op de regel van derden

Een goed model zorgt niet per definitie voor een degelijke foto. Jij zorgt daarvoor, want het resultaat hangt voornamelijk af van wat er verder met het beeld gebeurt. Hoe zit het met je compositie? Waar zet je je onderwerp in beeld voor de mooiste foto? Gelukkig bestaat hier een eenvoudig hulpmiddel voor dat in zowat elke visuele kunstvorm terugkomt. De welgekende regel van derden. Verdeel je kader horizontaal en verticaal in drie gelijke vlakken. Dit zijn je krachtlijnen. Het onderwerp van je foto – hetgene waar je de aandacht van de kijker mee wil trekken – zet je best op één van de vier kruispunten van deze lijnen. Bij portretten zijn dit in theorie de ogen van je model. Ook voor landschappen en reisfoto’s werkt deze truc perfect. In veel gevallen is het bijvoorbeeld beter je horizon op één van de horizontale krachtlijnen te zetten in plaats van in het midden van je beeld. Dit is echter geen ijzeren wet. Sommige foto’s worden net krachtiger door het onderwerp centraal te zetten en voor perfecte symmetrie te gaan. Maar net zoals bij het invullen van je belastingaangifte, moet je eerst de regels kennen vooraleer je er creatief mee aan de slag kan gaan.

 

4.  Gebruik diepte om je onderwerp te benadrukken

Sommige fotografen maken de fout bij een portret te veel onnodige scherpte of drukte in de achtergrond te laten. In heel wat gevallen leidt dit de aandacht af van het onderwerp, wat voor onevenwichtige beelden zorgt waarvan ik redelijk zenuwachtig word. Dit valt op een aantal manieren op te lossen. Je kan bijvoorbeeld een lens gebruiken met weinig scherptediepte – ik zweer op m’n trouwe 50mm f1.4 – waardoor de hele achtergrond vanzelf wazig wordt. Wie niet over zo’n lens beschikt of godbetert met z’n telefoon loopt te fotograferen, zorgt er best voor dat er zich heel wat open ruimte achter het onderwerp bevindt. Hierdoor wordt de achtergrond vanzelf veel vager en kalmer wegens verder weg. Een standaard telelens kan dit effect versterken. Geen open ruimte beschikbaar? Zet je model dan voor een min of meer egale muur – liefst eentje met wat kleur – of zoek natuurlijke kaders in je voor- of achtergrond om het oog te leiden. Van wat creatief zijn is nog nooit iemand doodgegaan. Ja ok: Nonkel Frans, maar die had al een lelijke hoest

 

5.  Goede reisfoto’s maken = zowel voorgrond als achtergrond benutten

Eén van de basisproblemen van zowel de fotografie als de schilderkunst, is dat je de drie dimensies van onze dagelijkse realiteit – vier voor tijdreizigers; vijf voor lsd-trippers – overtuigend moet kunnen overbrengen op het tweedimensionale vlak van je foto of schilderij. Daarom maak je best gebruik van hulpmiddelen die dat 3D-gevoel helpen versterken. In mensentaal betekent dit dat je in je beelden zoveel mogelijk diepte moet creëren. Door met lijnen te spelen bijvoorbeeld (zie de treinsporen op de foto bij de vorige tip), of door zowel je voorgrond, je middenplan als je achtergrond interessant te houden. Vooral bij landschapsfotografie zorgt een goed gebruik van voorgrond en achtergrond voor interessantere beelden. Neem niet zomaar random een foto van het uitzicht, maar let op natuurlijke kaders in je beeld en zorg er voor dat zowel dicht bij de lens als in de verre achtergrond iets interessants te bespeuren valt. Daardoor wordt het oog van de kijker in en door het hele tafereel geleid. Gotta take them eyes for a walk, bro.

 

6.  Verbeter je landschapsfoto’s door mensen toe te voegen

Het overkomt ons allemaal wel eens: je staat op een ongelofelijk verbluffende plek en denkt: ‘Godverdekke, daar zal ik eens even een prachtfoto van maken zie!’ Weer thuis blijkt van het overweldigende gevoel dat je ter plekke had, op foto niets over te blijven. Ook hier bestaan verschillende redenen voor. 1. Je hebt een absolute kutfoto genomen en zou je moeten schamen. 2. Je foto is degelijk, maar de mensen die er naar kijken hebben geen idee hoe groot, wijds, diep of impressionant iets is, omdat je beeld geen referentiepunt heeft waarmee ze zich kunnen vereenzelvigen. Om dat te verhelpen moet je mensen in je landschapsfoto’s verwerken. Wil je de eindeloze leegte van de Sahara vatten? Fotografeer dan net niet een lege woestijn, maar zet een piepklein mensje of desnoods een karavaan kamelen middenin de zandduinen, en laat zien hoe nietig die figuurtjes lijken ten opzichte van het landschap. Deze truc werkt trouwens nog beter als de persoon op de foto mee naar het landschap kijkt. Zo verplaatst de kijker zich in het personage op je reisfoto, en worden z’n ogen alweer door het hele beeld geleid.

 

7.  Let op je licht

Aan het uiterlijk van je model valt niet veel te veranderen, maar het licht op je foto’s kan je wel controleren. De algemene regel voor reisfoto’s is hier: hoe verder weg van het middaguur, hoe beter het licht. Veel landschapsfotografen zweren bij het blauwe uurtje. Dat is het uur voor zonsopgang of zonsondergang. Gezien ik veel te lui ben om vroeg op te staan, hou ik het op reis zelf liever bij avondlicht. Dat geeft je beeld onmiddellijk een warme, zachte, bijna feeërieke sfeer. Middaglicht – zeker bij volle zon – is plat en lelijk, en zuigt alle dramatiek uit je beeld als was het die ene zatte gescheide tante op elk trouwfeest. Kijk naar de foto van het koren en het licht dat er in gevangen wordt. Dit beeld valt onmogelijk om één uur ’s middags te maken. Hetzelfde geldt voor het portret. De zon staat ’s avonds ook lager, waardoor zelfs de schaduwen interessanter worden.

 

8.  Ken je kleurencombinaties

Ook kleur kan gebruikt worden om reisfoto’s krachtiger te maken. Het codewoord is hier contrast. Combinaties van warme en koude kleuren (rood en oranjetinten versus blauwtinten) zorgen vaak voor sprekende beelden. Kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar staan worden als complementair beschouwd en zorgen voor straffe contrasten en opvallende foto’s. De meest voorkomende combinaties zijn rood-groen, blauw-oranje en geel-paars (die laatste kom je wel nooit tegen). Hou je je beelden liever kalm en zacht? Werk dan met kleurencombinaties die op de cirkel in elkaars buurt liggen. Dit geeft je ogen meer rust, maar zorgt voor minder krachtige contrasten. Ook zweverige yogapraktijken hebben immers hier en daar een foto tegen de muur nodig.

 

9.  Bekijk alles eens vanuit een andere hoek

Bepaalde tijdloze monumenten – ik denk aan de Taj Mahal, de Eiffeltoren en de blote kont van Joyce De Troch – zijn al zo vaak gefotografeerd dat je al erg origineel uit de hoek zult moeten komen om er nog iemand mee te verrassen. Als je van dit soort toestanden reisfoto’s wil nemen, ga dan niet voor het meest conventionele standpunt dat al op elke marginale postkaart staat. Kies liever een originele hoek, en speel met de lijnen in je beeld om tot iets nieuws te komen. Het is altijd beter om een technisch minder verbluffend maar origineel beeld te maken, dan een foto volgens de regels van de kunst die oersaai is. Saai is het ergste dat je als kunstenaar kan zijn. Buiten Niels Destadsbader dan, maar die bestaat al dus geen paniek.

 

10.  Beperk je selfies: no one cares

Laat ons het als uitsmijter even over selfies hebben. Zelf ben ik natuurlijk een Gouden God in het Belgische influencerwereldje, maar toch kan zelfs ik me soms ergeren aan instagrammers die de hele wereld rondreizen en allerlei droomplekken bezoeken, om dan achthonderd identieke selfies te maken met de dingen die je daadwerkelijk wil zien ergens in de achtergrond verstopt. Wil je een reisfotograaf zijn? Wees er dan één en stop met je camera als veredelde spiegel te gebruiken. Wil dat zeggen dat ik tegen elke vorm van zelfportretjes ben? Driewerf neen! Kom je op reis Obama, Elvis Presley of een vriendelijke neushoorn tegen? Sta je op één been op de top van de Burj Khalifa? Neem gerust een leuke selfie als bewijs. Zit je echter gewoon met je domme duckface voor de Tafelberg? Draai je dan om, geniet van het zicht en neem er wat degelijke reisfoto’s van (met de bovenstaande tips als leidraad) zodat wij hetzelfde kunnen doen. Willen we dat afspreken?

*Selfies in bikini zijn natuurlijk altijd dik oké.

 

Zo, tien handige en eenvoudige tips om betere reisfoto’s te maken. Heb je zelf nog tips als aanvulling? Ben je hier als beginner mee geholpen? Ben je het er als professionele fotograaf mee eens? Heb je nog specifieke, fotografie-gerelateerde vragen? Laat het allemaal weten in de commentaren onderaan.

Zin om dichtbij wat te oefenen? Lees dan m’n stukjes over de Haven van Antwerpen, Viroinval, De Gaume en Mechelen. Maak je je reisfoto’s liever wat verder weg? Klik dan op m’n blogposts over Kenia, Hong Kong, Malawi, Aruba en New Delhi.

 

 

You Might Also Like

No Comments

    Leave a Reply