Crash Course Fotografie Uitgelicht

Fotografie voor beginners: alles over sluitertijd, diafragma en ISO

Alle begin is moeilijk, en fotografie is daarop geen uitzondering. Wie goed wil worden, moet de basis beheersen. In dit artikel zullen we het daarom (op verrassend onderhoudende wijze) hebben over de functie van de sluitertijd, het diafragma en de ISO. Wie weet wat die drie precies doen en hoe ze samen je foto’s tot stand doen komen, kan het immers vrolijk op een oefenen zetten. Say cheese!

 

Zo lieve vrienden en vriendinnetjes: het ziet er naar uit dat we ons – al was het maar om uit verveling niet op de zetelleuning te gaan knauwen – ook de komende maanden nog creatief zullen moeten bezighouden. Professioneel heb ik niet veel meer om handen, dus probeer ik me van nut te maken door jullie weer wat bij te leren over de wervelende wereld van de fotografie. Een tijd terug publiceerde ik een aantal tips om je reisfoto’s te verbeteren. Die gingen exclusief over wat er zich voor je lens afspeelt. Technisch gezien hoefde je daar dus geen ene leuter van je materiaal voor te begrijpen. Vandaag lijkt het me tijd geworden wat dieper te graven in de instellingen van je camera zelf. Dat kan voor een beginner misschien wat angstaanjagend zijn, maar geen paniek. Om het geheel zo laagdrempelig mogelijk te houden, schreef ik alles kraakhelder en eenvoudig neer. Zo zou zelfs iemand die als kleuter een doos of twee waskrijtjes in z’n neusgaten kwijtspeelde vlot moeten kunnen volgen. Ja zelfs jij, Schrale Timmy. Zelfs jij.

 

Fotografie voor beginners: alles over sluitertijd, diafragma en ISO

De meeste camera’s beschikken over een hele hoop knopjes om aan te prutsen. Gelukkig zijn daar net als op je lief maar een paar echt belangrijke bij. Buiten je onderwerp, het aanwezige licht en je lens bepalen slechts drie factoren hoe je foto er zal uitzien. In willekeurige volgorde zijn dat je sluitertijd, je diafragma en je ISO. Elke combinatie van deze drie zorgt voor een andere belichting. En gezien fotografie in het Grieks letterlijk “schrijven met licht” betekent – overigens uitgevonden door de beroemde filosoof/trouwfotograaf Aristotelelens – maakt of kraakt de juiste belichting onder de juiste omstandigheden je beeld. Laat ons dus aan de les beginnen door deze drie factoren afzonderlijk te overlopen, om vervolgens te ontdekken hoe ze samenwerken. Vooruit met de geit!

 

1.  De sluitertijd bepaalt de hoeveelheid beweging in je beeld

Tenzij je fan bent van grote zwarte rechthoeken, dient er op één of andere manier licht op je sensor te vallen om tot een beeld te komen. Het mechanisme dat daarvoor zorgt is je camerasluiter: een handig mini-rolluikje dat heel snel open en dicht kan schuiven. Hoe langer het open blijft staan, hoe meer licht er in de camera zal vallen. Om in het donker voldoende belichting voor een degelijk beeld te verkrijgen, zal je dus met een langere sluitertijd moeten werken. Het nadeel daarvan is dat je zo meer kans op bewegingsonscherpte krijgt. Hoe langer je belichting, hoe meer tijd het onderwerp immers heeft om van plaats te veranderen of in z’n neus te lopen graaien. Je zult soms dus een afweging moeten maken tussen scherpte en belichting.

Andere omstandigheden vergen andere sluitertijden. Wil je ’s nachts een landschap fotograferen? Zet dan je camera op een statief met de sluiter secondenlang open. Wil je een haarscherpe foto maken van een koppel wild buffelende gnoes? Gebruik dan een veel kortere sluitertijd om dit romantische tafereel in volle glorie vast te leggen.

Fotobijschrift: De panoramafoto van Taipei werd op een statief gemaakt met een sluitertijd van twee seconden. De beweging van de danseressen links en rechts werd door een erg korte sluitertijd bevrozen (sneller dan 1/1000e seconde), terwijl de sluitertijd van de middenste foto er voor zorgt dat het stilstaande meisje scherp op beeld staat, terwijl de voorbijwandelende man in de voorgrond bewogen is. Bewegingsonscherpte kan soms een bewuste artistieke keuze zijn: zie ook de foto van de Sinksenfoor onder de tussentitel.

 

Je keuze hangt altijd af van het onderwerp, de lichtomstandigheden en de sfeer van je beeld. Een sluitertijd van 1/30e van een seconde is voor niet al te zatte hobbyisten genoeg om uit de losse hand een stilleven te fotograferen, maar compleet ontoereikend om een dribbelende voetballer scherp te krijgen vanuit de tribune. Hiervoor zal je een sluitertijd van minstens 1/500e van een seconde moeten gebruiken, al dan niet geholpen door de VR functie (vibratiereductie) van bepaalde lenzen.

Wil je je sluitertijd constant houden? Draai je Nikon dan naar de S-modus (op domme Canons wordt dit om één of andere reden de Tv-stand: welke zenders ontvangt zo’n ding?). Zo opent je sluiter altijd even lang of kort, en past de camera zelf het diafragma aan om tot een goede belichting te komen. Speaking of which…

 

2.  Het diafragma bepaalt de scherptediepte in je beeld

De tweede factor die je foto beïnvloedt is het gekozen diafragma. Eenvoudig uitgedrukt is dat de grootte van het gat waardoor het licht de camera binnenvalt. En zoals Boer Sjarel altijd zo eloquent wist te vertellen: “Oe groter e gat, des te meere er inne kan Pol!” Om de grootte van het diafragma uit te drukken gebruikt men de f-waarde. Hoe hoger dit getal, hoe kleiner het gat (logica!) en hoe minder licht er binnendringt. Een diafragma van f/2.8 laat bijvoorbeeld relatief veel licht binnen, en eentje van f/8 relatief weinig. Bij slechte lichtomstandigheden gebruik je dus beter f/2.8. Het draait hier kort samengevat dus niet om de duur van de belichting, maar over de hoeveelheid licht die tegelijkertijd binnenkomt. Kunnen we nog volgen?

Fotobijschrift: Om het effect van je diafragmakeuze in één beeld te vatten, dropte ik de immer bevallige Julie zonder eten in het midden van een donker en verlaten bos. Op de linkerfoto zie je ze glunderen bij f/1.4, want Julie weet dat de achtergrond zo mooi wazig zal worden. Rechts kijkt ze verveeld omdat  f/7.1 voor de meeste portretten te veel scherptediepte geeft. Julie heeft gelijk. Luister naar Julie.

 

Het diafragma heeft nog een tweede effect. Hoe nauwer het gaatje, hoe meer scherptediepte je foto zal krijgen. De scherptediepte in een beeld is de grootte van de zone voor en achter je onderwerp die min of meer in focus is. Wie van op een meter het gezicht van een model fotografeert met een diafragma van f/1.4 zal waarschijnlijk enkel de ogen scherp in beeld hebben. Wie dezelfde foto maakt met f/16 heeft ook de hele achtergrond zo goed als in focus. Ook het geprefereerde diafragma hangt dus af van de hoeveelheid beschikbaar licht en de sfeer die je op je foto wil. Waarom een kleiner diafragma precies voor meer scherptediepte zorgt? Volstrekt geen idee. Vraag het je fysicaleraar.

Fotobijschrift: Hier zie je op drie verschillende beelden hoe het diafragma de sfeer van een foto totaal kan veranderen. Links werd de toen nog volstrekt onbesproken Sihame El Kaouakibi met een groot diafragma gefotografeerd, waardoor alle aandacht op haar blik en haar magistrale krulletjes wordt gefocust; rechts staat de ook wel toffe Rick De Leeuw met een kleiner diafragma op de foto, waardoor ook de hele kamer in focus is. Voor wijdse landschappen zoals bovenstaande, gebruik je best wat meer scherptediepte.

 

Wie zelf het diafragma wil bepalen zonder zich zorgen te hoeven maken over de sluitertijd, moet z’n camera op de A-stand (aperture) draaien. Op Canons wordt dit de Av-(Maria)modus. Zo bepaal je zelf hoeveel onscherpte er in je beeld zit, terwijl je toestel al de rest voor z’n rekening neemt. Dit is trouwens in negen op tien gevallen m’n voorkeursstand. Veel mensen denken dat de manuele modus de heilige graal van de fotografie is, maar in mijn ogen is dat pretentieus gedoe en maak je het jezelf in veel gevallen onnodig moeilijk. Ik gebruik de M-stand enkel als ik weet dat m’n licht constant is. In binnensituaties zoals optredens, lezingen of tijdens studiowerk bijvoorbeeld.

 

3.  De ISO bepaalt de lichtgevoeligheid van je sensor en de ruis in je beeld

De laatste belangrijke factor die we vandaag zullen bespreken is de ISO-waarde. De ISO van een camera is een instelbaar cijfer dat begint bij ISO 100, en de lichtgevoeligheid van je sensor bepaalt. Hoe hoger je ISO, hoe gevoeliger je camera zal worden voor het aanwezige licht – een beetje zoals ik op het strand met verschillende factors zonnecreme – en hoe minder licht je zal nodig hebben om een goed beeld te schieten. De oplettende lezer leidt hieruit af dat je bij slechte lichtomstandigheden best je ISO stevig optrekt.

Fotobijschrift: De foto van de liggende ballerina werd met een extreem hoge ISO 8000 genomen. Dit doe je best nooit, en zeker niet met een goedkope instapcamera. In de donkere vlakken kan je het kwaliteitsverlies goed zien. Het meisje met de duif werd in een circus gefotografeerd met ISO 2500. Om genoeg licht binnen te krijgen, kon ik de sluitertijd niet erg kort houden. Dat zie je aan de bewogen vleugels.

 

Het nadeel hiervan – want elk voordeel heb een nadeel: wijlen Maradona had gelijk – is dat een hogere ISO voor meer ruis in je beeld zal zorgen. Die lagere beeldkwaliteit valt vooral op als je later in postproductie donkere vlakken probeert op te lichten. Hoe grof en opvallend de korrel in je beeld wordt bij hogere ISO-waarden, hangt in grote mate af van de kwaliteit van je materiaal. Goedkope modellen krijgen soms al problemen bij ISO 1000, terwijl de nieuwste full frame camera’s makkelijk perfecte beelden kunnen blijven schieten bij ISO 2000 of hoger.

 

4.  De belangrijkste les in de fotografie

Fotobijschrift: Deze depressieve chimpansee (bananen op) werd ook met een hoge ISO gefotografeerd. In de donkere vlakken van z’n vacht zie je daarom ietwat kwaliteitsverlies.

 

Nu we weten wat sluitertijd, diafragma en ISO precies zijn, kunnen we kijken hoe ze met elkaar samenwerken. Knoop dit trouwens stevig in je oren, want het is zowat het meest essentiële basisbeginsel van de fotografie. Sluitertijd, diafragma en ISO zijn perfect communicerende vaten. Elke aanpassing van één van de drie, kan gecompenseerd worden met een aanpassing in de tegenovergestelde richting van één van de andere. Every action has an equal and opposite reaction – zeg het ze, Newton! Wie dat doorheeft, kan met beelden, stijl en onderwerpen beginnen spelen naar believen.

Laat ons naar een voorbeeld kijken:

Stel: je bent fotograaf op een dansvoorstelling. Je hebt verschillende mogelijkheden om tot degelijke beelden te komen, en die hangen af van je stijl en de belichting in de zaal.

Wil je de dansers haarscherp in beeld hebben en hun beweging bevriezen? Werk dan met een zo kort mogelijke sluitertijd en compenseer het verlies aan licht met een groter diafragma of een hogere ISO.

Wil je de “vloeibaarheid” van de beweging centraal zetten, en dus opzettelijk wat bewegingsonscherpte op je foto krijgen? Verleng dan je sluitertijd en compenseer door je diafragma te verkleinen en je ISO wat te verlagen. (Even flitsen geeft je een combinatie van beweging en bevriezing, maar mag niet altijd tijdens een optreden.)

Valt plots een deel van de podiumverlichting weg tijdens een wat trager nummer? Verhoog dan je ISO, zet je diafragma wagenwijd open en verleng waar mogelijk je sluitertijd.

 

4.  Even samenvatten

Wie doorheeft hoe ISO, diafragma en sluitertijd elkaar beïnvloeden, kan in quasi elke situatie mooie foto’s blijven nemen. Let op het woordje “quasi”. Een camera is immers geen toverstok, en elk toestel heeft een limiet. “De camera maakt de fotograaf niet.” Dat zeggen mensen die van platte uitspraken houden wel eens graag, en er zit weldegelijk een grond van waarheid in. Maar de camera maakt het de fotograaf wel meteen een stuk makkelijker als hij van degelijke makelij is. Hoe beter je materiaal, hoe kleiner je beperkingen in allerlei omstandigheden zullen worden. Je mag de beste fotograaf ter wereld zijn, maar met een prutscamera en een Aldi-lens ga je zonder flits geen goeie foto’s maken van pakweg een spreker in een donkere zaal. De limieten van je toestel leer je kennen door in zoveel mogelijk verschillende situaties te gaan oefenen. Na een tijd zal je zo ook manieren ontdekken om creatief rond die beperkingen te leren werken. Oefening baart altijd kunst. Ik wens je alvast een fantastische ontdekkingsreis, en tag me naar believen in je beste creaties. 😉

 

Heb je specifieke vragen over fotografie? Zet ze onderaan het artikel in de commentaren of stuur me een sneaky sneaky bericht op Instagram.

Droom je nu de coronavaccins in aantocht zijn al van je volgende verre reis? Lees dan m’n stukken over Edinburgh, Vietnam, New Delhi, Hong Kong of Malawi.

You Might Also Like

4 Comments

  • Reply
    Ramael Marc
    januari 4, 2021 at 4:55 pm

    Heel interessant en leerrijk , maar als ik perfecte foto’s wil vraag ik jou wel om ze te maken .

    • Reply
      Jonathan Ramael
      januari 4, 2021 at 5:46 pm

      Komt in orde 😉

  • Reply
    Nathalie Van Eyck
    januari 4, 2021 at 5:09 pm

    Geen idee waarom ik dit hele artikel gelezen heb, als ik geen andere camera heb dan die van mijn smartphone :p. Maar dat weten we dan ook weer!

    • Reply
      Jonathan Ramael
      januari 4, 2021 at 5:46 pm

      Als je een degelijke smart phone hebt en naar de pro-modus van je camera swipet, kan je die drie waarden ook instellen. 😉

Leave a Reply