Azië Citytrip Reizen Uitgelicht Vietnam

Hangen in Hanoi: Vijf dingen die je moet proberen in Vietnam

Op een van de vele stoffige straatmarktjes van Hanoi werd ik plots geconfronteerd met de tragiek van het leven in zijn puurste vorm. Een vis had zich uit de mand met de vangst van de dag geslingerd en vocht zich, spartelend en wanhopig naar adem happend, opnieuw een weg naar de rivier die er niet meer was – als een drenkeling die naar de oceaanbodem duikt om de haaien te ontlopen. Triest schouwspel, dat verder niets met m’n verhaal te maken heeft. Maar een beetje sfeer scheppen is nooit mis. Bam: random anekdote op je bord! Traantjes laten, boehoehoe!

Hanoi is niet meteen de mooiste stad ter wereld. Het oude centrum is belachelijk druk en luid, er hangt bijna altijd smog in de lucht en men durft er al eens met veel smaak iemands hond op te vreten. Dat laatste liet ik – nadat ik had opgezocht hoe men de beestjes klaarmaakt – toch maar aan me voorbijgaan. Wat de stad inboet aan schoonheid compenseert ze echter ruimschoots met karakter. Op elke straathoek gebeurt wel iets waar je het fijne van wil weten, je moet maar de deur uitstappen om in een overweldigend pandemonium van bedrijvigheid terecht te komen en ’s avonds lijkt alles in één groot eetfestijn te veranderen. Hanoi is een stad om te beleven, een bestemming om je zonder te veel na te denken in te smijten. En met de volgende vijf tips ben je al halfweg.

 

1. Steek eens een straat over

Klinkt eenvoudig, is het niet. Het verkeer in Hanoi is krankzinnig, en de regels zijn er louter een suggestie. De grootste boosdoeners zijn de miljoenen maniakken die op hun scootertjes kriskras en luid claxonnerend langs elkaar heen snellen. Na een paar dagen constant ga-toch-uit-de-weg-lul getoeter rond je oren te krijgen, wil je ze één voor één van hun brommer sleuren om hem vervolgens nog draaiend in hun reet te parkeren. Loop dan op het voetpad zeg je? Gaat niet. Op het trottoir heeft elke halve winkelier z’n waren uitgestald. Het is dus of thuisblijven, of op straat tussen de scooters sukkelen.

“Na een paar dagen constant ga-toch-uit-de-weg-lul getoeter rond je oren te krijgen, wil je iedereen hier één voor één van hun brommer sleuren om hem vervolgens nog draaiend in hun reet te parkeren.”

De smalle straatjes in het oude centrum dat lukt nog wel, maar vroeg of laat kom je een baan met zes rijvakken zonder stoplicht tegen die je wil oversteken. Dat is het moment waarop het bruin je wel eens in de broek kan gaan lopen. Toch lijken de Vietnamezen zich totaal onbewust te zijn van de talrijke bijna-doodervaringen waarmee hun dag doorweven is. Gewoon hun voorbeeld volgen is het beste idee. Even het ritme van het verkeer inschatten, schietgebedje doen en dan in één vloeiende beweging – zonder te stoppen (!!!) – naar de overkant laveren. Een spannend avontuur is het alleszins, en het kost je geen cent.

 

2. Ga eens wat mensen kijken

Ik kwam in Hanoi aan na als journalist een vakantiebeurs in Ha Long Bay te hebben bijgewoond. Mooie baai, saaie stad. Op een zondagmiddag even door de veel levendigere hoofdstad kunnen lopen was in vergelijking een verademing. Hanoi is een paradijs voor people spotters – vooral tijdens het weekend. Dan worden de straten rond Hoàn Kiếm Lake – het eigenlijke hart van de stad – afgesloten voor alle verkeer en aan de voetgangers overgelaten. Groepen studenten komen er hun balfoto’s maken, kleine kinderen botsen in elektrische wagentjes door en op elkaar en publieke danslessen trekken massaal veel volk. Het leukst vond ik de hiphopgroepjes die er – schaars gekleed en wulps dansend – hun video’s kwamen filmen. Ik telde er vijf verschillende op minder dan een uur tijd. Vietnam is nog steeds een autoritaire staat. Als dikke vinger naar de gevestigde orde kunnen dit soort filmpjes wel tellen. De ordediensten zijn vrij prominent in het straatbeeld aanwezig, maar veel lijkt de gewone Vietnamees zich er op het eerste zicht niet van aan te trekken. Eén vrolijke jongen die met een kartonnen free hugs bordje rondliep werd wel onmiddellijk door agenten omsingeld, en moest het ding vervolgens afgeven. In het communisme is alles gratis behalve knuffels. Ik heb hem er toch één gegeven. Fight the power!

 

3. Plak eens een post-it

Veel bars in Vietnam beperken zich tot een toog en een aantal lage plastieken stoeltjes op het voetpad waarop de mensen hun pinten drinken, maar er zijn ook heel wat koffiebars te vinden. Daar ben ik omwille van mijn anti-hipsterpolitiek meestal niet de grootste fan van – lees mijn artikel over Brugge om er alles over te weten – maar voor een aantal maak ik graag een uitzondering. Eén daarvan is The Note Coffee: een toffe keet vlakbij Hoàn Kiếm Lake. Hun egg coffee – dat is inderdaad koffie met wat eigeel in – is geweldig en hun gebakjes zijn dat ook. Nog leuker is dat alle muren, alle tafels, alle stoelen, alle plafonds, alle trappen, alle wc’s en op iets wildere dagen waarschijnlijk ook al het personeel van top tot teen bedekt zitten onder verschillende lagen driftig volgekrabbelde post-its. Je vindt alles terug van schuine moppen en telefoonnummers tot liefdesverklaringen en tragische schreeuwen om aandacht: aangenaam leesmateriaal voor bij een kopje koffie. Het hele pand is ook een gezellige oase van rust, terwijl je door het open raam nog steeds de stad hoort razen. Zie ook het Nederlandstalige berichtje dat tussen de foto’s zit. Je weet maar nooit wiens lief ik er a posteriori blij mee kan maken. www.facebook.com/TheNoteCoffee/

 

4. Bezoek de Hanoi Hilton

Hoa Lò prison was voor het een museum werd de meest beruchte gevangenis van Vietnam. Ze werd gebouwd door de Franse kolonialen, die er een erg brutaal regime installeerden. Ook tijdens de Vietnamoorlog werd het complex druk gebruikt, dit keer om Amerikaanse krijgsgevangenen in vast te houden, die het cynisch al snel de Hanoi Hilton begonnen noemen.

“John McCain werd hier naar eigen zeggen zo hard geslagen, zo ondervoed en moest zoveel schijnexecuties ondergaan dat hij z’n armen nooit meer boven z’n hoofd heeft kunnen tillen, z’n haar op een jaar tijd spierwit werd en hij Sarah Palin als running mate koos in 2008 – de arme man.”

Vandaag de dag wordt de wreedheid van de Franse periode er in geuren en kleuren uit de doeken gedaan, terwijl de exhibitie over de Amerikanen doet uitschijnen dat ze er daadwerkelijk op hotel zaten. Er zijn foto’s te zien waarop ze de kerstboom versieren, van lekker eten genieten of gezellig op het binnenplein wat aan het voetballen zijn. De Republikein John McCain zat hier nadat z’n vliegtuig crashte ook jaren vast. Wie de teksten onder z’n foto’s leest vraagt zich af waarom hij er überhaupt vertrokken is, maar wie de man zelf heeft horen praten weet wel beter.  Hij werd er naar eigen zeggen zo hard geslagen, zo ondervoed en moest zoveel schijnexecuties ondergaan dat hij z’n armen nooit meer boven z’n hoofd heeft kunnen tillen, z’n haar op een jaar tijd spierwit werd en hij Sarah Palin als running mate koos in 2008 – de arme man. Ook hier wordt de geschiedenis door de overwinnaars (lees: de overlevers) geschreven.

 

5. Ga eens treintjes kijken

Hanoi is niet wat je noemt een toonbeeld van ruimtelijke ordening. Voornaamste indicatoren daarvan zijn de zogenaamde train streets. Dat zijn nauwe straatjes waar een paar keer per dag zonder pardon een trein komt doorgedenderd – op twintig centimeter van de gevels van de bewoners. Het is ondertussen een bekend beeld dat heel wat toeristen lokt, maar het is dan ook een spectaculair gebeuren. De locals hebben zich al lang aangepast aan zowel de trein als de bezoekers. Ze hebben er allerlei geïmproviseerde cafeetjes ingericht, of verkopen gewoon drank vanuit een frigobox in hun gang. Wanneer de trein er aankomt – die van 15.30u is ideaal voor een bezoek – slentert iedereen op z’n dooie gemak van het spoor af en is het kijken geblazen. Een locomotief lijkt trouwens meteen een pak groter als hij recht op je af komt. Je kan op verschillende plaatsen op de trein wachten, maar de fotogeniekste plek vind je als je in Google Maps het Hanoi Train Track Café ingeeft. Je kan er dan meteen even lekker bij gaan zitten. www.facebook.com/hanoitraintrackcafe/

Zo, dat was het wat Hanoi betreft. Heb je van m’n prachtige relaas genoten? Vond je het daarentegen dik kut? Heb je zelf nog een aantal dingen over de stad te melden die de moeite waard zijn? Ben je lid van de communistische partij en wil je me in een strafkamp steken om er vervolgens dikke houten splinters onder al m’n vingernagels te hameren? Laat vooral niet na je commentaar te spuien.

Ik sliep in Hanoi in de Babylon Garden Inn & Bar. Dat is een hostel in het midden van het oude centrum. De bar – waarin elke dag wel iets georganiseerd wordt – ligt op de bovenste verdieping, en heeft een terras dat een uitzicht biedt over de hele stad. Het ontbijt is gratis en uitgebreid, de keuken is degelijk, en zowel eten als drinken is er spotgoedkoop. Op de benedenverdieping ligt zelfs een klein binnenzwembad verstopt, al durf ik niet zeggen hoeveel lichaamssappen er dagelijks in verdwijnen. Desalniettemin een aanrader. www.babylongardeninn.com

You Might Also Like

2 Comments

  • Reply
    Elke Hofmans (Reisbloggers)
    maart 20, 2019 at 11:59 am

    Super leuk!
    Ook een Bia Hoi van omgerekend €0,18? Heerlijk!

    • Reply
      Jonathan Ramael
      maart 20, 2019 at 12:06 pm

      Hey Elke,
      Nee, eigenlijk heb ik het bij de Saigon en Hanoi biertjes gehouden. Is iets voor volgende keer. 😉

Leave a Reply