Afrika Malawi Reizen Uitgelicht Wildlife

Op safari in Malawi: vijf lokale beesten en hun vreemde trekjes

Zin in een straf weetje om op je volgende date/familiefeest/koffietafel mee uit te pakken? U vraagt, wij draaien amigo! Wist je dat statistisch gezien veel meer Belgische kinderen al een olifant in het echt gezien hebben dan hun vriendjes uit Malawi – een land waar het beest daadwerkelijk in het wild rondloopt? Terwijl wij simpelweg de zoo moeten binnentuinen om er eentje uit verveling in z’n neus te zien peuteren – voor een olifant trouwens fysiek onmogelijk – raken veel Malawiërs (Malawezen? Malawis? Malawianen?) nooit tot in hun eigen reservaten. Veel te duur, veel te ver weg of geen vervoer. Dat is om meerdere redenen vrij tragisch. 1. De wildparken zijn fantastisch en men zou er terecht trots op moeten kunnen zijn. 2. Wie niet de kans krijgt iets te leren kennen leert de waarde ervan ook niet appreciëren, wat het hele conservatieverhaal bemoeilijkt. Als geprivilegieerd (en meisjes: wereldberoemd) fotograaf kreeg ik wel uitgebreid de gelegenheid de natuurpracht van Malawi op beeld vast te leggen. Dat beviel me erg, en op drie weken tijd zag ik een hele hoop beesten passeren. Enkelen onder hen – het moet gezegd – bleken achteraf totale eikels. Een bloemlezing dringt zich op.

“Wist je dat statistisch gezien veel meer Belgische kinderen al een olifant in het echt gezien hebben dan hun vriendjes uit Malawi – een land waar het beest daadwerkelijk in het wild rondloopt?”

Tot hier trouwens het factuele gedeelte van dit verhaal. Geen paniek Michel: het is maar om te lachen. Lekker chillen en nog een veggieburger in je mik duwen vriend.

 

1. De Impala (aepyceros melampus)

De impala is hoogstwaarschijnlijk het eerste dier dat je in eender welk park in zuidelijk Afrika zal tegenkomen, en de eerste keer is dat een wonderlijke aangelegenheid. Het zijn immers sierlijke en gracieuze antilopen, met grote donkere ogen en een mooi afgelijnd vachtje. Meestal blijven ze ook net lang genoeg stokstijf en in doodsangst naar de jeep staren om er een leuke foto van te kunnen nemen. “Kijk, daar is er nog een!” roep je al snel enthousiast, en je geluk lijkt niet op te kunnen. Wanneer je een kwartier later al een hele kudde gepasseerd bent begint het je te dagen: er zijn belachelijk veel impala’s in Malawi. Vanaf dag twee rijdt je chauffeur ze straal voorbij en vanaf dag die jaag je ze door je tanden sissend en met handgebaren weg omdat ze dommig herkauwend in de weg staan van een veel interessanter dier dat je daadwerkelijk wil zien. Weg met jou, impala! Je bent ordinair en passé (maar wel lekker).

 

2. Het Nijlpaard (hippopotamus amphibius)

Nijlpaarden lijden – vooral in Liwonde National Park – ook wat aan het impala syndroom: je ziet er namelijk letterlijk elke paar meter een aantal in de rivier dobberen. Maar omdat ze dik zijn en er hilarisch uitzien blijf je er toch naar kijken. Nijlpaarden – ook wel hippopotami genoemd; ik heb gestudeerd – zijn uitermate gevaarlijk, en bovendien kunnen ze verbazend snel en explosief uit de hoek komen. Een beetje zoals die ene dikkerd uit je klas die na jaren pesterijen plots ontplofte, en zijn kwelduivel met een door honderd kilo vet en tranen voortgestuwde mokervuist vol worstenvingers uit het niets pal op de bek sloeg. Nijlpaarden zijn ook erg territoriaal. Hun gebied bakenen ze af door met hun lullig korte staartjes enthousiast in het rond draaiend kilo’s platte kak door het luchtruim te flikkeren. Beland je zonder vooraf toestemming te vragen in hun vaarwater, bijten ze je zonder pardon in twee. Die regel geldt trouwens evengoed voor volwassen nijlkrokodillen. Daar draait een nijlpaard z’n korte viertenige pootjes niet voor om. Om het allemaal nog wat vervelender te maken lopen ze met z’n allen de hele nacht rond je tent te schuifelen, alwaar ze voor meer gesmak zorgen dan de eerste rij bejaarden tijdens een optreden van Christoff op het zonder-tanden-feestje in het plaatselijke zorgcentrum. Van enige etiquette heeft het nijlpaard helaas niet veel kaas gegeten.

“Om het allemaal nog wat vervelender te maken lopen nijlpaarden met z’n allen de hele nacht rond je tent te schuifelen, alwaar ze voor meer gesmak zorgen dan de eerste rij bejaarden tijdens een optreden van Christoff op het zonder-tanden-feestje in het plaatselijke zorgcentrum.”

 

3. De Olifant (loxodonta africana)

In beide parken die ik in Malawi bezocht, lopen honderden olifanten rond. Een mens zou dus denken er relatief makkelijk een aantal te zien te krijgen: ze wegen zes ton, zijn gigantisch en hebben de neiging luid te trompetteren van zodra er ergens een grasspriet beweegt. Helaas pindakaas: dat mag je vrij waarschijnlijk vergeten. Olifanten zijn dikke grijze ninja’s die dagenlang onzichtbaar blijven om dan plots vijf meter voor je jeep op te duiken en een charge in te zetten. Meestal blijft het bij stoer doen en wat uitdagend met de oren flapperen, maar soms loopt het behoorlijk mis. Een week voor m’n reis werd een Brits militair die de plaatselijke rangers opleidde jammerlijk vertrappeld, en in India bestaan zelfs kuddes die gecoördineerde wraakacties op plaatselijke dorpjes inzetten nadat een van hen beschoten werd. ’s Nachts sluipen ze – communicerend in tonen die zo laag zijn dat ze buiten ons gehoorbereik liggen – het dorp binnen, om dan zonder genade de hutten met de grond gelijk te maken. Een afrekening in Dumbo Corleonestijl. (I’ll get me coat)

 

4. De Baviaan (papio cynocephalus)

Apen staan van alle diersoorten evolutionair het dichtst bij de mens. Dat verklaart meteen ook waarom het zulke klootzakken zijn. Bavianen zijn de grootste en gevaarlijkste apensoort in Malawi. Ze hebben slagtanden van tien centimeter waarmee ze zonder problemen je gezicht kunnen afbijten. Ze zitten praktisch overal – zowel binnen als buiten de parken. De dominante mannetjes kunnen het verschil ruiken tussen mannen en vrouwen, en net als hun intellectuele evenknie Trump laten ze zich door die laatste categorie niet intimideren. Een man kan een baviaan wegjagen door zich agressief op te stellen, een vrouw moet het zelfs niet proberen.

“Apen staan van alle diersoorten evolutionair het dichtst bij de mens. Dat verklaart meteen ook waarom het zulke klootzakken zijn.”

In Mvuu Lodge zat men met een stevig bavianenprobleem rond de keuken. Uiteindelijk werd het opgelost door een dozijn mannetjes te vangen en aan de overkant van de rivier weer uit te zetten. Een uur later stond een van hen alweer grijnzend door het keukenraam te gluren. Op z’n dooie gemak was hij een paar honderd meter stromend water vol krokodillen overgezwommen om opnieuw van z’n gratis buffet te kunnen genieten. Not a single fuck was given that day. Vandaag hangt Chambari – het lokale woord voor bord omdat hij er zoveel pikt – nog steeds rond in het kamp. Met een blik van totale minachting houdt hij je vanop een afstand in de gaten, smullend van het eten waar jij je al heel de dag over liep te verlekkeren. Rotzak.

 

5. De Gnoe (connochaetes taurinus)

Wildebeesten – die je in Malawi enkel in Game Haven vindt – zijn de debielen van de Afrikaanse savanne. Ze hebben relatief frêle lijfjes met dunne poten waar een gigantische domme kop met minuscule kraaloogjes opstaat. Ze verplaatsen zich in het wild in grote kuddes, en volgen elkaar blind zonder te weten wie of wat eigenlijk de leiding heeft. Loopt er één een ravijn in, huppelen honderden anderen hem vrolijk achterna vooraleer de slimste van de hoop doorheeft dat er iets mis is. Gnoes communiceren exclusief door middel van enerverende knorgeluidjes die ze zelf niet begrijpen – “Gnu Gnu”: ze werden er naar genoemd – en hebben het geheugen van een goudvis met een drankprobleem. Er bestaan talloze verhalen van exemplaren die plots opgejaagd werden door een uit de struiken gesprongen leeuw en ternauwernood ontsnapten, om dan onmiddellijk te vergeten dat er zoiets als een leeuw bestaat en er zonet een achter hen aan zat. Vijf minuten later lopen ze dan nietsvermoedend opnieuw langs dezelfde struik om daar prompt door dezelfde, perplex staande leeuw te worden opgepeuzeld. Hilarische beesten. Door de Afrikanen worden ze liefdevol “Zero Brains” genoemd.

“Gnoes communiceren exclusief door middel van enerverende knorgeluidjes die ze zelf niet begrijpen, en hebben het geheugen van een goudvis met een drankprobleem.”

Bonus: Het Wrattenzwijn (pacochoerus africanus)

They cool.

Tot zover mijn door diepgaand onderzoek gefundeerde mening over de plaatselijke fauna in Malawi. Heb je zelf een favoriet dier? Vind je Gnoes niet dom maar onbegrepen? Ben je zelf ooit opgegeten door een leeuw en wil je je verhaal doen? Ben je Michel Vandenbosch en wil je me alsnog aanklagen voor laster en eerroof jegens het dierenrijk? Laat vooral niet na onderaan je zielenroerselen te posten. Mijn eerste – iets ernstigere – artikel over Malawi lees je overigens hier.

 

You Might Also Like

13 Comments

  • Reply
    Judy
    juli 12, 2019 at 8:19 am

    Brilliant!!!!! You got their characters spot on!! Love it

    • Reply
      Jonathan Ramael
      juli 12, 2019 at 9:00 am

      Thank you so much, I did my best! :p

  • Reply
    Claudia
    juli 12, 2019 at 10:57 am

    I’m laughing so hard that tears run down my face, excellent!

  • Reply
    Iain Massie
    juli 12, 2019 at 3:06 pm

    Pretty funny and quite true, I lived in Malawi for 5 years and regularly went to the parks, in Mvuu Camp (not Lodge) the Vervets were the raiders. One morning I turned around about to head off to my drive and there was a Vervet, face in the sugar bowl, looked up, head covered in sugar and scampered before anyone could react . On a sadder note I was there the week before the British soldier was trampled and saw them several times during my stay.

    • Reply
      Jonathan Ramael
      juli 12, 2019 at 3:19 pm

      The vervets are very clever indeed around Mvuu, but because they’re basically harmless I didn’t mention them. I was eating breakfast one day, talking to the waiter. I turned around and one was standing on the table, my sandwich in his little hands, staring me right in the face. I literally spanked the monkey with my camera lens out of reflex.

      The ranger story just shows that you’re always taking a (small) risk when staying in one of the camps. One night in Kuthengo an elephant walked right past the entrance of my tent when I was walking back to it after dinner.

  • Reply
    Maggie Mukwenha
    juli 12, 2019 at 8:38 pm

    Absolutely spot on, hilarious and so true! Brilliantly described, I can’t wait for my next safari.

    • Reply
      Jonathan Ramael
      juli 12, 2019 at 9:10 pm

      Thank you Maggy, enjoy your next one! 🙂

  • Reply
    Janhavi
    juli 13, 2019 at 10:58 am

    Absolutely loved the blog. Can relate it so well!

  • Reply
    Hope
    juli 15, 2019 at 6:58 pm

    Nice to read your article, but when are you visiting Malawi again more especially Liwonde national park…?
    What type of lens were you using

    • Reply
      Jonathan Ramael
      juli 15, 2019 at 7:51 pm

      I was there this May, don’t know when I’m going to get back there. 🙂
      I was using a 600 mm for most of the animal shots, and a 14-24 mm for most of the landscape shots. 🙂

  • Reply
    trotop.be
    juli 17, 2019 at 5:11 pm

    Look at an compelling forte horizontal allowing victory. trotop.be
    http://bit.ly/2NUU0em

Leave a Reply