België Europa Reizen Uitgelicht Wallonië

Duivels Luik: vijf tips voor een bezoek aan de Vurige Stede

Noem me een dikke paljas, maar ik vind Luik een van de meer merkwaardige steden van België. Iedereen die er arriveert in het hypermoderne Liège-Guillemins station en vervolgens tergend ver moet stappen om tot in het centrum te raken, denkt in een grauwe verpauperde industriestad (Charleroi) terecht te zijn gekomen. Maar wie uiteindelijk z’n koffer achter zich aan bollend die Odyssee van vergane glorie tot een goed einde weet te brengen, staat plots in één van de sfeervolste en levendigste stadskernen van het land. Je loopt er langs historische gebouwen die er helemaal anders uitzien dan in Vlaanderen, door gezellige straatjes vol cafés en restaurants en langs de oevers van de Maas die de stad in erg van elkaar verschillende delen splijt.

“Luik straalt het soort big city attitude uit dat je hier verder enkel in Brussel, Antwerpen en (waarom ook niet) Gent terugvindt. Het is een stad van vrije geesten, lekker eten en vuile feestjes.”

Luik straalt het soort big city attitude uit dat je hier verder enkel in Brussel, Antwerpen en (waarom ook niet) Gent terugvindt. Het is een stad van vrije geesten, lekker eten en vuile feestjes. Feestjes waar we thuis nog iets van kunnen leren, zo blijkt al snel als je op een zaterdagnacht even door de bacchanalen in Le Carré gaat waden. Alles mag, alles kan en vooral niet zeuren is de boodschap. En jawel: er vallen meer dan genoeg bijzondere plekjes te bezoeken om een interessant artikel over te schrijven. Plekjes zoals deze, bijvoorbeeld.

 

1. Zoek de Lucifer in de kathedraal

Klinkt als iets waar men in de Notre Dame misschien ook wel wat tijd aan had mogen besteden – too soon? Maar ik heb het nu even niet over de lakse brandveiligheid van ons kerkelijk patrimonium maar over Beëlzebub zelve. Terwijl het gros van onze kerken het moet stellen met biddende Mariabeeldjes of een zoveelste aan het kruis genagelde Jezus – waarom maakt men eens geen standbeeld van de Heiland die op zijn vrije zondag wat gezellig in de Dode Zee ligt te dobberen? – zette men in de Sint-Pauluskathedraal van Luik zonder pardon een beeld van de Duivel neer. Het staat onder het preekgestoelte en ziet er op het eerste zicht uit als je standaard engel. Wie wat beter kijkt merkt echter een paar eigenaardige details op. De engelenvleugels op z’n rug lijken eerder aan een draak toe te behoren, z’n teennagels zijn lang en puntig, en uit z’n warrige haardos ontspruit een subtiel koppel hoorns. Er rolt ook een enkele traan over z’n marmeren wang. Het lijkt wel alsof Lucifer zich afvraagt waarom hij in godsnaam toch zo verdomd evil is. Ja Duivel, dat weten wij toch ook niet? Be who you really are and not what the world wants you to be! www.cathedraledeliege.be

 

2. Eet eens een wormenburger

Wist je dat insecten niet enkel veel meer proteïnen maar ook minder schadelijke vetten bevatten dan de gemiddelde lap vlees? Wist je dat het veel minder kost om een kilo krekels te kweken dan een kilo dikke vette koe? Wist je dat de pootjes van een sprinkhaan lekker in je keel blijven kriebelen als je zo’n beest in je bek stouwt? Nee? Wel beschouw jezelf bij deze geïnformeerd.

“Als straks eindelijk de bom valt zullen we het toch met over plastiek geroosterde kakkerlakken als avondeten moeten stellen. Even komen voorproeven kan alvast geen kwaad.”

Les Bouchers Verts in het centrum van Luik is een van de weinige zaken in België gespecialiseerd in het maken van gerechten op basis van insecten. Het menu is er verbazend uitgebreid: sprinkhanen met kerstomaatjes op een stokje, kaasgebakjes met meelwormen, krekelspaghetti bolognese en zelfs hele hamburgers gemaakt van vermalen wormpjes in plaats van vlees. Dat klinkt allemaal redelijk smerig, maar valt eigenlijk wel mee. De gedroogde beestjes die je er bij je bier krijgt smaken bijna exact hetzelfde als borrelnootjes en de textuur van de burgers zelf is wat zandiger dan normaal, maar de smaak is best oké. Niet flauw doen en gewoon proberen. Als straks eindelijk de bom valt zullen we het toch met over plastiek geroosterde kakkerlakken als avondeten moeten stellen. Even komen voorproeven kan alvast geen kwaad. www.bugsinmugs.com

 

3. Drink jezelf naar een andere dimensie

Zoals hierboven al gezegd is Luik een aangename stad om wat men noemt eens goed in weg te gaan. In La Maison du Peket bijvoorbeeld, waar je overdag al je slag kan slaan en met een rietje shotjes in brand gestoken likeur kan opslurpen. Maar voor het zwaardere feestgedruis dien je in Le Carré te zijn. Dat is een wijk net buiten het toeristische centrum, vol restaurants en theaters. In de donkere steegjes die de hoofdstraten met elkaar verbinden zitten tientallen cafés verstopt: van donkere studentenholen en techno danscafés tot vreemde privéclubs en kleurrijke bars met een meterslang aquarium in de muur waar je popcorn bij je pinten krijgt. Het mooiste café van Luik ligt net buiten het wildste deel van de wijk. Le Pot au Lait is een pand met een fantastisch decor in circusstijl, met versierde everzwijnkoppen aan de muur, camouflagenetten en jungleplanten aan het plafond, en psychedelische muurschilderingen en houtwerk tegen elke vrije wand. Le Carré is een goudmijn voor iedereen die een parcours voor een vrijgezellenfeest of een kroegentocht zoekt. Het ruikt er zeven op zeven naar een mix van bier en Cif. Ooit kom ik er met een hoop andere idioten eens nachtje door doen. Kandidaturen kunnen in de comments gepost worden. www.maisondupeket.be, www.potaulait.be

 

4. Verken een verlaten fort

Belgen zijn historisch altijd erg goed geweest in het neerzetten van allerlei pompeuze gebouwen, om ze een tijd later doodleuk weer af te breken of te laten verkrotten tot er enkel nog een vervallen geraamte overblijft. Daarna laat de burgemeester er voor een prijsje snel wat lelijke appartementen voor in de plaats zetten en kan iedereen weer aan de champagne. Niet zo met Fort de la Chartreuse een paar kilometer buiten Luik. Dat is ook een totaal verkommerde ruïne, maar dan wel eentje die nog door de Hollanders werd gebouwd. Vlak voor we ze in 1830 met een welgemeende trap tegen hun oranje klootzak weer de grens over trapten. Het fort is een immens complex waar tot drieduizend soldaten in gestationeerd konden worden. Tijdens beide wereldoorlogen werd het door de Duitse bezetter als gevangenis gebruikt.

“Belgen zijn historisch altijd erg goed geweest in het neerzetten van allerlei pompeuze gebouwen, om ze een tijd later doodleuk weer af te breken of te laten verkrotten tot er enkel nog een vervallen geraamte overblijft. Daarna laat de burgemeester er voor een prijsje snel wat lelijke appartementen voor in de plaats zetten en kan iedereen weer aan de champagne.”

Vandaag de dag staat het al tientallen jaren leeg. Het bos kruipt traag maar zeker de gewelven weer in, delen van het dak zijn al ingestort en het hele ding staat vol creepy graffiti en lege zwerverspinten. Toch is het een hallucinante plek om eens op eigen houtje te verkennen – de poort staat gewoon open. Wie hier ’s nachts all by his lonesome een kijkje durft komen nemen is moediger dan ik, maar neemt best een verse onderbroek mee.

 

5. Bekijk de stad vanuit een ander standpunt

De Buerenberg die met zijn 374 treden de binnenstad met de citadel verbindt, is wellicht de bekendste attractie van Luik. De klim is dan wel een stevige kuitenbijter, hij zeeft de zwaksten onder ons toch maar mooi en zachtjes uit de genenpoel, en eens boven krijg je een prachtuitzicht over de hele stad voorgeschoteld. Dat panorama wordt nog beter tijdens de wandeling die je wat verderop langs de citadelmuur kan maken. Iets minder gemeengoed is dat je de stad ook langs de “binnenkant” kan verkennen. De zogenaamde impasses – dat zijn de smalle poortjes die voornamelijk langs weerszijden van de Rue Hors-Château liggen – geven uit op allerlei minuscule volkssteegjes zoals je er in Antwerpen buiten de Vlaeykensgang jammer genoeg bijna geen meer vindt. Sommigen zijn niet meer dan een klein doodlopend straatje, anderen komen uit op binnenpleintjes vol kleurrijke gevels, waar de bankjes nog naast de voordeur staan en de buren elkaar nog kennen. Hier zou ik graag als hoogbejaarde man willen wonen, zodat ik de hele dag in m’n voortuin de krant kan lezen en luid en zelfingenomen m’n eindeloze, onsamenhangende levensverhaal kan vertellen aan elke toevallig passerende toerist die daar eigenlijk tijd noch zin voor heeft. Een goeie die me tegenhoudt.

Zo, dat is alles wat ik voorlopig over Luik te vertellen heb. Ben ik bepaalde zaken vergeten? Zit jouw favoriete plek er niet tussen? Vous êtes francophone et vous n’avez rien compris? Alors excuse-me-je. Il y a aussi une version en Anglais! Mais n’hesitez pas pour laisser derrière vos commentaires ci-dessous, mon ami! Mijn Frans is van buitenaards niveau.

Ik verbleef in het mooie en vlakbij Le Carré gelegen Pentahotel Liège, waar de lieve mensen van Wallonië België Toerisme me een kamer hadden geboekt. Voor meer informatie over Luik en alles dat zich over de taalgrens bevindt, klik hier: www.walloniebelgietoerisme.be. Voor meer informatie over het hotel, klik hier: www.pentahotels.com/luik.

Hou je het liever bij Antwerpen, Brugge of Spa? Klik dan op de links en lezen maar!

You Might Also Like

4 Comments

  • Reply
    Wim
    april 23, 2019 at 10:09 pm

    Waar moest ik mij inschrijven?

    • Reply
      Jonathan Ramael
      april 23, 2019 at 10:10 pm

      Bij mij he. Bij deze is dat gebeurd. :p

  • Reply
    Nina Van den Bosch
    april 27, 2019 at 8:49 pm

    Ik wil ook wel mee de idioot gaan uithangen! Laat maar weten wanneer en in welk thema!

    • Reply
      Jonathan Ramael
      april 27, 2019 at 9:08 pm

      Ik ga daar eens over nadenken. Themasuggesties zijn altijd welkom. ^^

Leave a Reply