Afrika Uitgelicht Wildlife

Sao Tome & Principe: een piepklein Afrikaans paradijs

Zin om een land te ontdekken dat zo goed als niemand weet liggen? Boek dan één van de zeldzame vluchten naar Sao Tomé & Principe. Deze Afrikaanse eilandstaat is een droombestemming op microschaal, en combineert prachtige stranden met dichte jungles en een bijna Caribische vibe. Hoog tijd dus om de koffers te pakken.

Toen me een jaar of vier geleden gevraagd werd of ik op reportage wou naar Sao Tomé & Principe zei ik (zoals altijd) zonder nadenken ja. Vervolgens zocht ik snel op wat en waar het in godsnaam precies was. Als gesofisticeerd man van de wereld gebeurt het me zelden dat ik helemaal niets weet te vertellen over een bestemming, maar deze keer was het prijs. In de veronderstelling dat ik niet de enige ben, volgt hier een korte introductie tot de materie.

“Toen me een jaar of vier geleden gevraagd werd of ik op reportage wou naar Sao Tomé & Principe zei ik (zoals altijd) zonder nadenken ja. Vervolgens zocht ik snel op wat en waar het in godsnaam precies was.”

Sao Tomé en Principe zijn twee minuscule eilandjes die op zo’n 250 km van Gabon aan de Afrikaanse westkust liggen. Samen vormen ze – na de Seychellen – het kleinste land van het continent. Sao Tomé heeft een oppervlakte van 850km2 en zo’n 200.000 inwoners. Principe is maar 150km2 groot en er woont nauwelijks 7.000 man. Het geheel werd meer dan 500 jaar geleden als een onbewoond paradijs door de Portugezen ontdekt, en na vijf eeuwen van “trouwe dienst” als suiker-, koffie- en cacaoplantage werd het een onafhankelijke staat in 1975. Portugees is er nog steeds de voertaal, en Ronaldo en co lijken meteen ook de enige Europeanen te zijn die de eilanden weten liggen. Enkel TAP Air Portugal bood vier jaar terug vluchten aan – met een tussenstop in Ghana. Daardoor ben je wel even onderweg, maar als alles vlakbij zou liggen reed elke frigoboxmarginaal met een caravan ernaartoe – en dan is er natuurlijk ook geen bal meer aan.

 

Sao Tome & Principe: een piepklein Afrikaans paradijs

Twee petieterige eilandjes dus, maar met heel wat troeven. Een groot deel van het oppervlak van Sao Tomé wordt door regenwoud bedekt, en de biodiversiteit is er enorm. De palmbomen groeien er tot op het strand, er zwemmen allerlei kleurrijke visjes rond en massatoerisme is er onbestaande. In 2018 vonden slechts 30.000 internationale reizigers hun weg naar het land. Ter illustratie: het MAS trekt zo’n 650.000 bezoekers per jaar. Wie op het juiste moment van het jaar arriveert kan zeeschildpadden spotten, bultruggen zien jongen en zich een serieus stuk in de kloten zuipen aan fruitige cocktails (oké, dat laatste kan het hele jaar door). En gezien je op een klein geïsoleerd eiland als beginnende crimineel nooit echt ver weg loopt, is het daarbovenop nog eens één van de veiligste landen van Afrika. De big five zal je er – tenzij je ma en je laatste vier exen ook een vlucht boeken – niet meteen spotten, maar in het leven kan je nu eenmaal niet alles hebben. Bij dezen geef ik je alvast vijf dingen mee die je zeker gedaan moet hebben op Sao Tomé & Principe. Off we go, en vergeet je zonnecrème niet.

 

1.  Wees even het centrum van de wereld

 

Droomde je er altijd van om – al was het maar voor even – net als ik het middelpunt van de hele wereld te zijn? Ilhéu das Rolas is waar je moet zijn: een mooi eilandje vlak onder Sao Tomé zelf. Hier kruisen de evenaar en de nulmeridiaan elkaar. Jaren geleden hebben de Portugezen er, op een pittoreske plek die uitkijkt over een baai, een mijlpaal neergepoot op een tegelmozaïek in de vorm van een wereldkaart. Cynisch detail: het Midden-Oosten ligt jammer genoeg ook hier aan gruzelementen. Los daarvan is het de perfecte plek voor een selfie, ware het niet dat de landmeter die dag blijkbaar geboemeld had, en het echte middelpunt van de wereld een paar honderd meter verder in het stoffige dorpje aan de voet van de heuvel ligt. Hou het voor jezelf. Wie van de hoofdstad richting Porto Alegre rijdt om daar de boot te nemen, komt onderweg trouwens de Pico Cão Grande tegen: een gigantische piek van gestolde lava die recht uit de jungle priemt. “Pico Cão Grande” betekent “Grote Hondenpiek”, wat volgens mij een correcte maar erg beleefde beschrijving is van het stuk van een hond waar het daadwerkelijk op lijkt.

 

2.  Eer het kleine in Principe

Wie vanuit Sao Tomé tot op Principe wil raken kan kiezen uit drie opties. 1. Zwemmen. Niet aan te raden: haaien en redelijk ver. 2. De dagelijkse ferry nemen. Ook niet echt een topper: traag en naar verluidt vrij oncomfortabel. 3. Een half uurtje in een propellervliegtuigje zitten om vervolgens te landen in één van de kleinste commerciële luchthaventjes ter wereld. Check! Principe zelf ziet er fantastisch uit, en is het echte paradijs van de twee. Het eiland is grotendeels beschermd natuurgebied en dat valt er aan te zien. Het leven is hier een les in kleinschaligheid. De hoofdstad Santo Antonio bestaat uit niet meer dan een paar honderd huisjes langs weerszijden van een riviertje, en de rest van de bevolking woont in vaak kleurrijke zelfgebouwde huisjes in nog kleinere dorpjes. Het eiland is bijna overal ook buitengewoon proper: in zelfs het kleinste gehucht staat een rij sorteervuilbakken te pronken die plichtsbewust gebruikt worden. Zo hoort dat. Ik raad trouwens aan in plaats van in de bar van je hotel, wat pinten te gaan pakken in het (vaak enige) café van het dorpje ernaast – veel gezelliger en men bijt er niet.

 

3.  Geniet van het leven in het Bom Bom Island Resort

Het Bom Bom Island Resort is wat mij betreft de mooiste plek op Principe. Ik had het geluk hier een paar dagen te mogen blijven zonder er een euro voor neer te moeten leggen (gerenommeerd internationaal reisjournalist weet je wel). Slapen deed ik er in een luxehut onder wat palmbomen, op een paar meter van de branding. Het strand komt recht uit een bountyreclame, en het restaurant ligt op een kleiner eilandje dat je bereikt via een lange houten brug waarop de golven breken. Wie na het diner in het donker weer naar z’n hut toestapt en de moeite doet naar boven te kijken, ziet niet de vijf tragische sterretjes die we in België meestal nog net kunnen ontwaren, maar de halve Melkweg in volle glorie. Even in het zand gaan liggen en de onbeschrijfelijke grootsheid van het heelal laten inzinken is geen verkeerd idee. Toegegeven: een verblijf in het Bom Bom Island Resort zal niet van de goedkoopste zijn (ik durfde het niet opzoeken), maar soms moet je jezelf even trakteren op iets spectaculairs. Smijten met dat spaargeld van je kinderen: je hebt het verdiend!

 

4.  Ga chocolade zoeken in de jungle

Sao Tomé & Principe stonden jarenlang bekend als de chocolade-eilanden, en ook vandaag wordt er nog stevig spul geproduceerd. Wie naar de bron van dit lekkers wil, zal bij Roça Sundy – een boetiekhotel in een oud koloniaal gebouw – een gids moeten boeken om het oerwoud mee in te trekken. Na een uur ploeteren kom je dan bij de eigenlijke cacao- en koffiebomen aan, die hier op duurzame wijze onder het al bestaande bladerdak van hogere bomen geplant worden. De plantage ligt op een heuvel van waarop je het halve eiland kan zien: een quasi ononderbroken deken van groen, omringd door de eindeloze oceaan. Onderweg doet de gids je allerlei wilde planten zien en proeven: van fruit tot natuurlijke pepers en een varen waarmee je desgewenst je auto kan wassen. Wist je trouwens dat cacaobonen in een hoop lekker wit vlees verstopt zitten voor ze geroosterd worden? Je algemene kennis bereikt alweer ongekende hoogten.

 

5.  Eet eens bij de beste chef op het eiland

*Ik maakte maar één foto van de brave man. Het rechtse beeld is een random mooi plekje.

Ook op Sao Tomé zelf vallen heel wat bijzondere locaties te bezoeken. Roça São João bijvoorbeeld: een romantisch oud herenhuis op een heuvel, dat dienst doet als kunstgalerij, ecolodge en restaurant van de beste chef uit de wijde omgeving (dat is in dit geval voornamelijk de Atlantische Oceaan, maar het is het idee dat telt). João Carlos Silva is vriendelijke oudere kerel die op tv tot de plaatselijke Jeroen Meus uitgroeide in zowel Portugal als West-Afrika. De man serveert echter geen dagelijkse kost, maar een dozijn verfijnde, minimalistische gangen vol verse lokale producten. Wie hier ook gastronomisch uit de bol wil gaan, kan eigenlijk maar op één adres terecht. Heel het eiland op je bord, en de glimlach krijg je er gratis en voor niets bij.

Op Sao Tomé & Principe valt natuurlijk veel meer te beleven. De krioelende marktjes in de hoofdstad, de vele prachtige trektochten die je er kan maken, het aantal spectaculaire beesten dat je kan spotten, et cetera. Voor mij was het echter vier jaar geleden, en dus selecteerde ik gewoon de zaken die me het meest zijn bijgebleven. Voel je vrij het lijstje aan te vullen als je er zelf eens geraakt. Kortom: wie zin heeft in een zorgeloze en exclusieve reis naar een unieke bestemming waar geen van je instagrammende vrienden ooit al geweest is: je weet bij deze waarnaartoe. Je zult wel nog even geduld moeten hebben, want veel hotels zijn nog niet open for business: covid-19 enzo.

Vaccintje geprikt en zin in een andere exotische reis? Lees dan m’n stukken over Hanoi, Singapore, New Delhi (misschien ook nog even wachten voor deze) en Malawi. Eigen suggesties? Zet ze in de commentaren onderaan.

You Might Also Like

4 Comments

  • Reply
    Bernadette
    mei 25, 2021 at 2:19 pm

    Met dank aan je instagrampost, weer wat bijgeleerd. Nooit gehoord van Sao Tomé & Principe, dus meteen gaan googlen. Er zijn nog verrassingen in de wereld! Wie weet, kom ik er ooit en zo niet, is er nog altijd jouw (alweer supergeschreven) blog en fantastische foto’s om even weg te dromen.

    • Reply
      Jonathan Ramael
      mei 25, 2021 at 4:31 pm

      Laat ons hopen dat je er ooit geraakt. Merci voor de leuke commentaar Bernadette! 🙂

  • Reply
    Marc
    mei 25, 2021 at 4:42 pm

    Weer een mooi geschreven blog waar ik nooit zal komen . Tof dat men er toch kan van genieten dank zij jouw blog en prachtige foto’s. Top .

Leave a Reply