Luik onderging de laatste jaren een metamorfose en kreeg een flinke opknapbeurt. Daardoor werd de leukste stad van Wallonië meteen een heel stuk mooier. Perfecte gelegenheid om er nog eens een weekend te boeken, een paar Luikse wafels in je smikkel te duwen en alle bezienswaardigheden af te vinken. Het leven is immers aan de snelsten.

Kijk nu: ook in Luik staat de tijd niet stil. Toen ik hier zes jaar geleden voor het laatst uit het moderne Station Liège-Guillemins stapte, leek ik nog in een verpauperde industriestad te zijn aangekomen. Het stationsplein was een open werf, en om in het centrum te raken moest ik met m’n koffer achter me aan zwalpend een twee kilometer lange boulevard van vergane glorie aflopen. Da’s gelukkig al even verleden tijd. Wie vandaag het station uitstapt komt op een fris, open plein vol strakke nieuwe gebouwen, fonteinen en bankjes terecht. Ook in het centrum werden heel wat straten en voetpaden heraangelegd, en werd er plaats gemaakt voor een handige tramlijn die in een rechte lijn zowat alle interessante plekken in en rond Luik met elkaar verbindt – vers van de pers trouwens, want nog maar sinds april 2025 helemaal operationeel.
Duivels Luik: 11 straffe reistips en attracties in de Vurige Stede
Ook vooraleer alles er werd opgeblonken had ik al sympathie voor Luik. De zogenaamde Vurige Stede straalt immers het soort big city attitude uit dat in België zeldzaam is en je verder enkel terugvindt in Brussel, Antwerpen en (waarom ook niet) Gent. Luik is een stad van vrije geesten, lekker eten en wilde feestjes. Alles mag, alles kan en er moet vooral niet te veel over gezeurd worden. Luik in z’n geheel is nog steeds verre van de mooiste stad van België – met dank aan de rijke verzameling lelijke woon- en kantoortorens – maar het stadscentrum zelf is wat mij betreft wel één van de levendigste van het land. De sfeervolle straatjes werden er volgepropt met historische gebouwen (met een heel andere bouwstijl dan die in de Vlaamse kunststeden), gezellige winkeltjes, cafés en restaurants. De oevers van de Maas, de mooie parken en de beboste hellingen rondom zorgen dan weer voor een hoop welgekomen ademruimte. Topstad dus, met heel wat bezienswaardigheden die een bezoek waard zijn. Laat ons beginnen bij de stationsbuurt – daar komt 90% van jullie toch aan – om vervolgens richting binnenstad te trekken. Up, up and away!
1. Luik-Guillemins: vredesmonumenten in de stationsbuurt



Station Luik-Guillemins – ontworpen door Santiago Calatrava – werd zo’n vijftien jaar geleden afgewerkt, en groeide onmiddellijk uit tot het beroemdste gebouw van de stad. Het is dan ook – buiten Antwerpen-Centraal uiteraard: laat ons ernstig blijven – het mooiste treinstation van België. Gelukkig maar, want de kostprijs liep uiteindelijk op tot meer dan het dubbele van wat gepland stond, en gezien Calatrava uit het veelal warme Spanje komt, ontwierp hij een groot afdak in plaats van een gebouw. Daardoor mag je er ’s winters lekker in de bijtende kou op je waarschijnlijk alweer vertraagde trein staan wachten. Maar mooi is het dus wel.
Wie achter het station bergop wandelt komt in Cointe terecht: een wijk vol mooie huizen waar vroeger de industriëlen woonden. Op een heuvel die over de stad uitkijkt staat daar met Le Mémorial Interallié een indrukwekkend maar zo goed als verlaten vredesmonument te pronken. Dat dient als eerbetoon aan het verzet tegen de Duitsers tijdens WOI, en het werd ironisch genoeg pas afgewerkt in 1937: drie volle jaren voor ze alweer in rijen van drie de grens over kwamen gemarcheerd. Het mémorial bestaat uit een spitse witte toren waar men trapsgewijs allerlei monumenten uit andere geallieerde landen rond plaatste, en uit de imposante Sacre-Coeur koepelkerk ernaast. Da’s een fantastisch gebouw dat momenteel staat te verkrotten. Het plan is om op termijn een enorme klimmuur onder de koepel te plaatsen. Een mooiere plek om indoor te klimmen zal je in België waarschijnlijk niet snel vinden, maar dus nog even geduld.
2. Parc de la Boverie: grote kunst in een mooi park




Wie vanaf het station via de strakke voetgangersbrug de Maas oversteekt, komt in het Parc de la Boverie terecht. Da’s een vredig en vrij uitgestrekt park op een eiland in de rivier. Naast de grote volière waar vreemd genoeg geen vogels maar wel kunst in gehouden wordt, staat de Tour Cybernétique. Dat lijkt op het eerste zicht niet meer dan een grote antenne, maar is eigenlijk een interactief kunstwerk uit de jaren zestig dat vol microfoons, lichtsensoren, hygrometers en anemometers gehangen werd. Daardoor krijgt de toren doorlopend data over geluid, lichtintensiteit, vochtigheid en wind doorgestuurd. Naargelang die data worden allerlei deeltjes in beweging gezet, flikkeren er kleurrijke lichten en speelt hij soms zelfs een liedje. Allemaal leuk, maar toen ik er onder stond deed hij helemaal niets. Het zal windstil geweest zijn.
De grootste attractie in het park is Museum La Boverie. Dat zit in een statig gebouw en doet dienst als het plaatselijke museum van schone kunsten. De collectie is niet gigantisch, maar er vallen wel heel wat toppers te bekijken, waaronder werken van onder meer Picasso, Ensor, Magritte, Delvaux, Gauguin, Appel en Permeke. Een ticket kost amper vijf euro, dus je broek zal je er niet snel aan scheuren.
3. Le Carré: ontdek de wildste uitgaansbuurt van het land



Zoals hierboven al vermeld is Luik een erg levendige uitgaansstad. De beste buurt om dat aan den lijve te ondervinden is Le Carré. Da’s een wijk vlakbij de Sint-Pauluskathedraal. Overdag kan je er winkelen en op restaurant gaan, maar na zonsondergang slaat de sfeer helemaal om. De nauwe steegjes die de winkelstraten met elkaar verbinden zitten er tjokvol cafés: van donkere studentenholen en techno-dansketen tot vreemde privéclubs en kleurrijke bars met een meterslang aquarium in de muur waar je popcorn bij je pinten krijgt. In één zo’n steegje zitten quasi evenveel pure feestcafés verstopt dan in het hele historische centrum van Antwerpen opgeteld – wat mij als Antwerpenaar betreft een erg pijnlijke vaststelling. Wij namen op vrijdagavond een kijkje en rond een uur of twaalf leek het er al compleet te ontsporen. Overal stonden mensen buiten te drinken, alle ramen stonden open waardoor er een kakofonie van muziek door de straat blies en het rook er toen al naar een mix van Cif en gemorst bier. Moest ik nog student zijn en in Luik een kot hebben: ik zou hier elk weekend zitten.
Het meest unieke café van Luik ligt niet in Le Carré maar er net buiten aan de andere kant van de kathedraal. Le Pot au Lait is een pand met een fantastisch decor in circusstijl, met versierde everzwijnkoppen aan de muur, camouflagenetten en jungleplanten aan het plafond en psychedelische schilderingen en houtwerk tegen elke vrije wand. Buiten, op de even mooi versierde koer, staan tientallen tafels die om een uur of negen allemaal al bezet waren. Heerlijke en erg fotogenieke plek. Wie op zoek is naar de ideale locatie voor een vrijgezellenfeest of een dronken kroegentocht: Le Carré in Luik is waar je moet zijn. Komt helemaal (niet) goed!
4. Zoek de Lucifer in de Sint-Pauluskathedraal




Lang voor er sprake was van België, deed Luik dienst als hoofdstad van het gelijknamige Prinsbisdom. Daar had de bisschop naast de kerkelijke ook de wereldlijke macht in handen, en ook Tongeren, Maastricht, Dinant en Maaseik maakten er deel van uit (dat zie je trouwens nog steeds aan de plaatselijke bouwstijl). Eén van de meest directe gevolgen van deze bestuursvorm is dat Luik ook vandaag nog propvol kerken staat. De voornaamste is de Sint-Pauluskathedraal, maar de originele hoofdkerk was veel groter. De enorme Sint-Lambertuskathedraal stond tot eind 18e eeuw tegenover het Prinsbisschoppelijk Paleis, tot hij tijdens de Franse bezetting werd afgebroken als symbool van het Ancien Régime. De metalen zuilen op de Place Saint-Lambert (zie foto linksonder) duiden de oorspronkelijke fundamenten aan.
De huidige kathedraal is veel kleiner, maar een prachtige kerk op zich. Eentje waar een uniek beeld in verborgen staat. Terwijl het gros van onze kerken het moet stellen met biddende Mariabeeldjes of aan het kruis genagelde Jezussen – gelukkig werd de man niet gevierendeeld, het zou nogal een zicht geven – zette men hier zonder pardon een beeld van de Duivel neer. Dat staat onder het preekgestoelte en ziet er op het eerste zicht uit als een engel. Tot je ziet dat z’n engelenvleugels eerder van een draak lijken te komen, z’n teennagels nogal lang en puntig zijn en uit z’n warrige haardos een subtiel koppel hoorns ontspruit. Er rolt ook een enkele traan over z’n marmeren wang, waardoor het lijkt alsof Lucifer zich afvraagt waarom hij in godsnaam toch zo verdomd evil is. Ja Duivel, dat weten wij toch ook niet? Wees wie je echt zijn wilt, en niet wat de wereld van je verwacht!
5. Op culinaire wandeling door het centrum van Luik




Omdat door een stad dolen altijd leuker is als er ook wat te smikkelen valt, besloten we onze ontdekkingstocht door het centrum te combineren met de culinaire wandeling Délices de Liège. Die werd gegidst door Gilbert – een hartelijke Limburger die jaren geleden voor de liefde naar Luik verhuisde – en is zeer de moeite. Starten deden we met een slok Peket – de lokale jenever – in de Hall aux Viandes waar de toeristische dienst zit. Wie fan is van het drankje kan in het vlakbij gelegen La Maison du Peket trouwens een spectaculair in brand geschoten shotje binnengieten. Daarna trokken we voor de bekendste Luikse snack naar het vrolijk genaamde Une Gaufrette Saperlipopette: een immens populair bakkerijtje waar ze verse Luikse wafels verkopen. Vervolgens trokken we naar Benoit Nihant om er wat unieke en duurzame chocolade te proeven, om uiteindelijk te eindigen met wat witte pensen en lokale biertjes. Erg prettige wandeling en je hebt meteen de grootste trekpleisters gezien. Buiten de kathedraal en het paleis zijn dat onder meer de kleurrijke Sint-Bartholomeuskerk, het mooie Stadhuis en de Opera: het standbeeld dat er voor staat is dat van componist André Gretry en in de urne die in de sokkel verwerkt zit, wordt nog altijd z’n hart bewaard.
Tip: na de wandeling nog zin in een toplunch? Wij aten erg lekker in Moment: een prima brasserie in een prachtig decor.
6. La Cité Miroir: van zwembad tot expositieruimte

Pal in het centrum van Luik ligt met La Cité Miroir nog een uniek gebouw verstopt. Oorspronkelijk was dit het Olympische zwembad van de stad, dat in de jaren dertig werd gebouwd in de toen populaire pakketbootstijl. In het jaar 2000 kwam het door allerlei omstandigheden leeg te staan, en uiteindelijk besloot men het niet af te breken maar een nieuwe functie te geven (zeldzaam in België in die tijd: historische gebouwen tegen de grond smijten is deel van onze culturele eigenheid). Uiteindelijk werd besloten er een cultureel centrum van te maken, waar tentoonstellingen, conferenties, workshops en voorstellingen konden worden georganiseerd. La Cité Miroir werd ingehuldigd in 2014 en sindsdien vinden er allerlei evenementen plaats in het eigenlijke zwembad. Erg indrukwekkend gebouw om even binnen te gaan kijken – je kan zelfs nog de oude tribunes op. Tegenwoordig lopen er een paar vaste tentoonstellingen, maar die in het zwembad zelf zijn wisselend.
7. Verdwaal in de impasses van Luik




In Antwerpen is de Vlaeykensgang een begrip. Da’s zowat het enige middeleeuwse arbeiderssteegje dat in het stadscentrum nog overblijft. Wat veel mensen niet weten is dat ze in Luik een dik dozijn van dat soort charmante straatjes hebben liggen. Dat zijn de zogenaamde impasses, die voornamelijk langs weerszijden van de Rue Hors-Château liggen. Sommigen zijn niet meer dan smalle doodlopende steegjes, anderen komen uit op binnenpleintjes vol kleurrijke gevels, waar de bankjes nog naast de voordeur staan en de buren elkaar nog kennen. Alle impasses worden nog steeds bewoond, waardoor je hier in allerlei microgemeenschapjes terechtkomt die in een andere realiteit lijken te liggen dan de rest van de stad. In de Impasse de la Couronne hebben we ook erg lekker gegeten. Dat was in Le Thème: een klein restaurantje met extreem vriendelijk personeel dat om de drie jaar volledig in een andere thema wordt heringericht. Voor zo’n €100 kan je een culinair hoogstaand vijfgangenmenu met amuse-bouches en gul geschonken gepaarde wijnen krijgen. In Antwerpen zou het geen waar zijn. Absolute aanrader.
8. Beklim de Montagne de Bueren en z’n minder gekende alternatief




De Buerenberg ligt ook in de Rue Hors-Château. Da’s een trap die met 374 treden de binnenstad met de citadel erboven verbindt en waarschijnlijk de bekendste attractie van Luik. Stevige kuitenbijter is dat, die je moest je hier wonen elke dag Rocky-gewijs zou kunnen oplopen om in een mum van tijd in de conditie van je leven te raken. Ook hier zijn de meeste huizen langs weerszijden van de trap nog bewoond. Hoe die arme mensen in godsnaam hun inboedel tot in de living gekregen hebben is me een raadsel, maar ik ben in ieder geval blij dat ik het niet moest doen. Eens de trappen achter de rug, krijg je bovenop de citadel via verschillende uitkijkpunten een prachtuitzicht over de stad cadeau. Dat panorama wordt nog verruimd tijdens de wandeling die je wat verderop langs de citadelmuur kan maken. Ook leuk en veel rustiger: de Impasse des Ursulines die je aan de voet van de trap links kan inslaan (voorbij Brasserie C). Die leid je via allerlei smalle gangetjes uiteindelijk tot bij een ander groen uitkijkpunt waar je meestal helemaal alleen zal staan en waar er geen lelijke toren in je zichtveld staat. Zeker eens doen.
9. Fort de la Chartreuse: urbexen buiten het centrum




Belgen zijn historisch altijd erg goed geweest in het neerzetten van allerlei pompeuze gebouwen, om ze een tijd later doodleuk weer af te breken of te laten verkrotten tot er enkel nog een vervallen geraamte overblijft. Daarna laat de burgemeester er voor een prijsje snel wat lelijke appartementen voor in de plaats zetten en kan iedereen weer aan de champagne. Niet zo met Fort de la Chartreuse een paar kilometer buiten Luik. Da’s ook een totaal verkommerde ruïne, maar dan wel eentje die nog door de Hollanders werd gebouwd. Vlak voor we ze in 1830 met een welgemeende stamp tegen hun Willem Van Oranje weer de grens over trapten dan nog wel – merci voor het gratis gebouw, Jaap. Het fort is een immens complex waar tot drieduizend soldaten in gestationeerd konden worden. Tijdens beide wereldoorlogen werd het door de Duitse bezetter als gevangenis gebruikt. Ondertussen staat het al tientallen jaren leeg. Het bos kruipt traag maar zeker de gewelven weer in, delen van het dak zijn al ingestort en het hele ding staat vol creepy graffiti en lege zwerverspinten. Toch is het een hallucinante plek om eens op eigen houtje te verkennen – de poort staat gewoon open. Wie hier ’s nachts all by his lonesome een kijkje durft komen nemen is moediger dan ik, maar neemt best een verse onderbroek mee.
10. La Batte: de grootste markt van het land

Toen ik een hele tijd geleden in Luik op vrijgezellenweekend ging, had ik m’n auto op zaterdagmiddag op een gratis parking langs de Maas gezet. Toen ik hem zondag met een kater weer wou ophalen, werd m’n aandacht afgeleid door de uitgebreide markt die plots langs de kaai stond. Jammer genoeg voor mij net op de plek waar tot voor kort m’n wagen nog stond. De wegsleepboete was volgens mij €200. Dat was m’n eerste kennismaking met La Batte: de zondagsmarkt die hier elke week langs de rivier wordt opgesteld en naar verluidt de grootste van het land. Deze keer was ik gelukkig met de trein richting Luik gekomen, dus het weerzien met de markt ging gepaard met iets minder gevloek. Gezellige bedoening trouwens, de halve stad lijkt hier rond te lopen. Er staan honderden kramen opgesteld die alles aanbieden van kleren en accessoires tot verse groenten en fruit, allerlei lokale delicatessen en drank. De markt staat hier al vierhonderd jaar, dus wie hier wat komt snuisteren maakt meteen deel uit van een uitgebreide geschiedenis.
11. Andere musea in Luik

Er vallen in Luik buiten La Boverie nog een hoop andere musea te bezoeken. Ik zet een aantal van de voornaamste en meest unieke op een rij.
–Le Grand Curtius: in dit imposante rode herenhuis langs de Maas staan kunst, wapens, glaswerk en archeologische vondsten uit de streek tentoongesteld. Must voor iedereen die van geschiedenis houdt.
–Musée de la Vie Wallonne: een folkloristisch museum over het leven in Wallonië, vol oude ambachten en verhalen. Leuk voor kinderen want vrij interactief. Voor de Vlaams Belangers onder jullie: nee, er valt geen opstelling over structurele werkloosheid te bezoeken.
–Musée Tchantchès: klein museumpje in Outremeuse – de volkswijk die op hetzelfde eiland als La Boverie ligt. Het is gewijd aan Tchantchès: de folkloristische, licht alcoholistische volksheld van Luik. Eigenlijk een ode aan de Luikse humor en identiteit.
–Musée Liégeois du Luminaire (MULUM): piepklein museumpje van één gepassioneerde verzamelaar die zelf nog de rondleidingen doet. Binnenin staan duizenden lampen opgesteld: van prehistorische olielampjes tot moderne LED’s.
–Maison de la Métallurgie et de l’Industrie (MMIL): vrij groot museum dat de geschiedenis van de lokale staal- en mijnbouwindustrie tentoonstelt.
Tours, activiteiten en algemene info voor een bezoek aan Luik

** Disclaimer: Dit artikel bevat een aantal (nuttige) affiliate links. Dat wil zeggen dat als je bijvoorbeeld een hotel of tour boekt via een doorverwijzing op deze pagina, ik daar een klein percentje voor ontvang. Da’s uiteraard optioneel, maar wel welkom. Alvast bedankt! **
Tijdens m’n weekend in Luik verbleef ik in het hippe YUST Liège. Da’s een nieuw hotel met mooie gemeenschappelijke ruimtes en een dakterras, dat vlakbij het station ligt. Handig voor als je volgeladen uit de trein stapt.
Dit zijn een aantal andere interessante hotels in Luik:
–Pentahotel Liège: ook hier heb ik ooit al geslapen. Eveneens een hip hotel met een min of meer vergelijkbare vibe dat zich op een urban publiek richt, maar dan dichter bij het centrum. Heeft een eigen coole bar.
–Bonjour Pierreuse: vakantiehuis dat uit twee historische panden bestaat met in totaal zes kamers. Pal in het centrum maar toch op een rustige plek. in een historisch pand pal in het centrum maar toch op een rustige plek. De tuin kijkt uit op Les Terrasses des Minimes: een park op de hellingen van de citadel.
–Hotel Neuvice: boetiekhotel dat (alweer) in een historisch gebouw middenin het stadscentrum ligt. De kamers zijn stijlvol en modern ingericht.
Dit artikel kwam tot stand met behulp van Visit Wallonië en hun immer charmante perscontact Margo. Voor meer info over Wallonië als toeristisch bestemming: klik hier.
Zin in nog meer Waalse tripjes? Lees dan hier m’n avonturen in Namen, Doornik, Mons, Waterloo, Gaume, Viroinval en Spa, of ga op Safari in Charleroi.





No Comments