Europa Nederland Uitgelicht Wildlife

Drie dagen in de Biesbosch: Kajakken, Wildlife en Historische Vestingstadjes

De Biesbosch is één van de meest bijzondere natuurgebieden van Nederland, en uitermate aangenaam om met een bootje in rond te dobberen. Trek er een lang weekend voor uit en je kan het doolhof van kreken en rietvelden per kajak verkennen, sfeervolle vestingstadjes als Woudrichem en Geertruidenberg bezoeken en overnachten op twee bijzondere locaties. Goed voor een verrassend veelzijdige bestemming, op amper een uurtje rijden van Antwerpen of Rotterdam.

Girl Kayakking in the Biesbosch Nature Reserve

Het landschap van de Biesbosch ziet er heel anders uit dan de standaardplaatjes die de meeste mensen voor een reis door Nederland in hun hoofd hebben steken, en voelt zelfs opmerkelijk on-Hollands aan. Vergeet de eindeloze tulpenvelden, de rijen aan windmolens en de overbevolkte grachten van Amsterdam. Hier peddel je met je kajak door een wirwar aan nauwe kreken waar riet en wilgen je in te lijken sluiten, waar de draadalgen aan je peddel blijven kleven en waar je met wat geluk reeën, zeearenden of zelfs een paar dikke bevers spot. De Biesbosch is één van de weinige plekken in Nederland die nog echt wild aanvoelt, en waar je nog het gevoel krijgt even helemaal weg te zijn. Toch kennen opvallend weinig Vlamingen het gebied. Vreemd is dat, want het ligt op amper een uurtje rijden van steden als Antwerpen en Turnhout. Da’s een heel stuk dichterbij dan pakweg de Ardennen, en je hoeft er je Frans zelfs niet voor af te stoffen.

 

Waarom de Biesbosch zo bijzonder is: het nationale park dat ontstond na een ramp

Dat landschap kwam er niet zomaar te liggen. Wie vandaag door de Biesbosch ploetert, beseft vaak niet dat onder het water ooit akkers, weilanden en zelfs complete dorpen lagen. Tot in de vijftiende eeuw was dit de Zuid-Hollandse Waard: een uitgestrekt landbouwgebied vol kleine gehuchten. In de nacht van 18 op 19 november 1421 sloeg het noodlot toe. Een uitzonderlijk zware storm joeg het water van de zee de rivieren op, waardoor de dijken braken en het hele gebied op een paar uur tijd in een binnenzee veranderde. Tientallen dorpen werden door de vloed opgeslokt en een hoop mensen liet het leven (officiële cijfers zijn er niet – middeleeuwen weet je wel). De zogeheten Sint-Elisabethsvloed was één van de grootste overstromingsrampen uit de Nederlandse geschiedenis, en zo kregen ze er ginder wel een aantal over de vloer.

Toen men na de ramp de schade kwam opmeten, bleek de situatie zo hopeloos dat men het herstellen van de dijken al snel opgaf. Via de Maas en een aantal aftakkingen van de Rijn vloeiden enorme hoeveelheden zoetwater het gebied in richting Noordzee. Bij vloed gaf het opkomende zeewater tegendruk aan de uitstroom van de rivieren, waardoor het rivierwater geen kant meer uit kon. Daardoor kon de waterstand op één dag tijd wel twee meter in hoogte verschillen. Langzaam ontstond zo een dynamisch getijdengebied met nieuwe kreken, zandplaten en eilandjes. De enorme hoeveelheid biezen die op de zandbanken groeide (een plantensoort die er als lang gras uitziet en ideaal is om dingen mee te vlechten) veranderde de watervlakte in een ondoordringbaar “bos van biezen” – wat de hele zooi uiteindelijk z’n nieuwe naam gaf.

Toch bleef de Biesbosch nog eeuwenlang een bron van inkomsten voor zij die er bleven wonen. Griendhakkers (wilgenkappers), rietsnijders, biezenvlechters, vissers en eendenvangers schraapten hier hun kostje bij elkaar – vaak in erbarmelijke omstandigheden. Honderden jaren lang leefden de mensen hier van het weinige dat de natuur hen nog kon bieden.

 

De Biesbosch in een oogopslag

Waar ligt de Biesbosch?
In de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland, op ongeveer een uur rijden van Antwerpen en Rotterdam. Breda ligt op amper een halfuur.

Hoe groot is de Biesbosch?
Het Nationaal Park de Biesbosch is ongeveer 90 km2 groot. Dat maakt het tot het grootste zoetwatergetijdengebied van Europa. De Brabantse Biesbosch (waar we het in dit artikel over hebben) is veruit het grootste en ruigste deel van het park.

Wat maakt de Biesbosch een bezoek waard?
Het is een uniek zoetwatergetijdengebied waar je per kajak een doolhof van stroompjes verkent. Vlakbij liggen verschillende sfeervolle vestingstadjes. Perfect voor slow travel.

Hoeveel dagen heb je nodig?
Drie dagen zijn ideaal. Zo heb je voldoende tijd om de Biesbosch vanop het water te verkennen en de historische stadjes in de omgeving te bezoeken.

Hoe geraak je er?
Een auto is hier geen luxe. De verschillende dorpen en toegangspoorten tot het gebied liggen verspreid en parkeren is op veel plekken gratis. Binnen het natuurgebied verken je alles best te voet, per fiets of vanop het water.

A wide angle view over de Biesbosch

 

Het landschap zoals het er vandaag uitziet, ontstond pas na de aanleg van de Haringvlietdam in 1970. Daardoor verdwenen de sterke getijden bijna volledig en werd het waterpeil veel stabieler. De traditionele griendcultuur stierf bovendien langzaam uit, waardoor de wilgenbossen vrij spel kregen. Grote delen van het gebied werden uiteindelijk beschermd, en verdwenen diersoorten zoals de bever werden weer uitgezet. Daardoor groeide de Biesbosch uit tot één van de voornaamste natuurgebieden van Nederland.

Het water dat de Biesbosch deed ontstaan zorgde voor meer dan enkel rampspoed. De historische vestingsteden rond het gebied danken hun bestaan aan dezelfde rivieren, die tegelijkertijd als handelsroute en als verdedigingslinie moesten dienen. Onze driedaagse tocht begint in één van hen: het charmante Woudrichem.

 

Dag 1: Woudrichem en overnachten in een historisch fort

Verken het versterkte Woudrichem en beklim de Martinustoren

People hiking in Woudrichem
Sint Martinus Tower, Woudrichem
Cows in Woudrichem
View on Kasteel Loevestein

Woudrichem is een piepklein stadje waarvan de historische kern nog volledig wordt omringd door vestingwallen en water. Het werd gesticht op een uitzonderlijk strategische plek waar drie rivieren en drie provincies samenkomen. Die kan je allemaal zien liggen van bovenop de imposante Martinustoren (enkel op zaterdagnamiddag of op afspraak te beklimmen). Na 196 treden – zou je nog net aan moeten kunnen – word je beloond met een mooi uitzicht over de rivieren en de vesting.

Vanop de toren kijk je uit over een lappendeken van water, dijken en velden: ideaal wandel- en fietsgebied. De hele vesting rond Woudrichem kan worden afgewandeld, en wie zin heeft in een steviger tochtje kan bij het jachthaventje de Voetveer nemen. Die brengt je de Maas over tot bij Slot Loevestein: een kasteel dat als rijksmuseum dient met winkeltjes en terrasjes op de binnenplaats.

Ook in Woudrichem zelf valt heel wat af te kuieren. In de windmolen aan de rand van het stadje worden streekproducten verkocht. Vlak daarnaast ligt Bodega WouW, waar je van wijn en tapas kan genieten in een voormalige kruitkelder.

Vandaag kabbelt het leven in Woudrichem voort alsof de tijd er een generatie of drie is blijven stilstaan, maar in de middeleeuwen was dit een cruciaal verdedigingspunt in de Hollandse Waterlinies. Die vormden één lange watermuur die het westen van Nederland moest beschermen tegen invallen, en liep van Amsterdam helemaal tot in de Biesbosch. Wanneer de gebruikelijke bende Fransen of Spanjaarden weer eens kwam aanmarcheren, konden grote stukken land gecontroleerd onder water worden gezet. Te diep om nog doorheen te ploeteren, maar net niet diep genoeg om met een schip over te steken. Stonden ze mooi voor lul.

 

Fort Bakkerskil: slaap eens in een militair bastion

Girl Posing in Fort Bakkerskil's old Guard Post
Outside view of Fort Bakkerskil, Biesbosch
Room inside Fort Bakkerskil, Biesbosch
People on the terrace of De Magistraat

Wie ook qua overnachting in het thema van de Waterlinies wil blijven, vindt in het nabijgelegen Nieuwendijk een bijzondere optie. Daar ligt namelijk Fort Bakkerskil. Dat was het meest zuidelijke fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, en werd begin negentiende eeuw gebouwd om Woudrichem en de nabijgelegen Papsluis te beschermen. Tijdens de twee Wereldoorlogen werden hier honderden soldaten ingekwartierd, en in de jaren tachtig werd het stiekem gebruikt voor de opleiding van Koude Oorlogspionnen.

Da’s echter allemaal verleden tijd, want vandaag is Fort Bakkerskil een kleinschalige B&B die wordt uitgebaat door het sympathieke koppel Laurens en Wilma, die er zelf ook wonen. Je slaapt er in de voormalige soldatenkwartieren, die stijlvol werden ingericht en verrassend ruim zijn. Op het terras kan je rustig iets drinken. Nog leuker is het groene dak van het fort, waar een bankje uitkijkt over de omliggende weilanden. Een vredig plekje om de dag af te sluiten – of om een fles wijn binnen te gieten: het leven is aan de snellen.

Voor een uitgebreid diner met een goed glas bier rij je nog een paar kilometer verder naar Bierbrouwerij De Magistraat in Almkerk. Da’s een microbrouwerij in een 17e-eeuwse boerderij met een ruim terras en een uitgebreide kaart.

 

Dag 2: wandelen, wildlife en kajakken in de Biesbosch

Ontdek het natuurgebied De Pannekoek

Roe deer grazing in De Pannekoek, Biesbosch
Group of people walking in De Pannekoek, Biesbosch
Willow-lined path in De Pannekoek, Biesbosch

Het Biesbosch MuseumEiland is de ideale uitvalsbasis voor een eerste kennismaking met de Biesbosch, en er ligt een gratis parking voor de deur waar je de auto makkelijk kwijt kan. Het museum zelf gaat pas om elf uur open. Vroege vogels steken daarom beter eerst de brug over richting De Pannekoek. Da’s geen ontbijtzaak, maar een acht hectare groot natuurgebied dat fungeert als openluchtmuseum, en laat zien hoe het gros van De Biesbosch er vroeger uitzag. Dat maakt het tot de perfecte wandeling om later het totale plaatje beter te begrijpen.

De Pannekoek is een traditionele hakgriend: een aangeplant wilgenbos waarvan de bomen om de paar jaar werden gekapt. Het hout werd gebruikt om manden en andere spulletjes mee te vlechten. Tijdens een wandeling van ongeveer twee kilometer loop je over smalle paadjes tussen de wilgen langs een beverburcht, de vangpijp van een eendenkooi en langs een zogenaamde schrankkeet. Da’s een houten hut met een puntdak waarin de griendwerkers zich tijdens de winterse oogstmaanden tevergeefs warm probeerden te houden. Geen al te lange wandeling dus, maar een leuke opwarmer voor de rest van de dag. Wie ’s morgens vroeg op pad gaat en zich wat stil houdt, komt (net als ons) misschien zelfs een ree tegen – en tegen een ree zeggen wij geen nee.

 

Bezoek het Biesbosch MuseumEiland

Load leading to the 'Waiting for it to end' artwork on Biesbosch MuseumEiland
Oudside look of the Biesbosch Museum
One of the pavilions inside the Biesbosch Museum

Het eigenlijke museum ligt (de naam verklapt het al een beetje) op een klein eilandje in het hart van de Biesbosch. In zeven themapaviljoens ontdek je er hoe de Biesbosch ontstond, hoe mensen het landschap eeuwenlang vormgaven, hoe de griendhakkers er leefden en welke beesten je er vandaag zoal kunt tegenkomen. Je krijgt er ook wat minder gekende stukjes geschiedenis voor de kiezen. Wist je bijvoorbeeld dat de Biesbosch tegen het einde van WOII diende als schuil- en doorgangsroute voor het verzet? Het gebied lag pal aan de frontlinie tussen bezet en bevrijd Nederland, en de zogeheten Biesboschcrossers brachten in het geheim berichten, medicamenten en verzetsleden over en weer. Omdat ze de kreken door en door kenden, bleven ze de Duitse patrouilles maandenlang te snel af.

Ook buiten is het op het MuseumEiland aangenaam toeven. In de tuin ligt een miniversie van de Biesbosch die dienst doet als waterspeeltuin voor kinderen, compleet met een werkend getijdensysteem. Ook het dak van het museum kan je op. Dat staat volledig vol groen en lijkt bijna uit het omliggende landschap te groeien. Toen ik er was zaten de dakgoten er vol kleine kikkertjes.

 

Kajakken in de Biesbosch

Girl Kayakking in the Biesbosch Nature Reserve
Swan in the Biesbosch Nature Reserve
Flock of geese in the Biesbosch Nature Reserve
Girl Kayakking in the Biesbosch Nature Reserve while larger boat passes by

Wie de Biesbosch wil ervaren zoals het hoort, moet uiteraard het water op. Wij deden dat vanuit de Jachthaven van Oversteeg. Die ligt op een half uurtje wandelen – of vijf minuten rijden – van het museum. Hier kan je alles huren van kano’s en SUP’s tot fluisterbootjes en motorboten. Wij kozen voor twee gloednieuwe kajaks, want van een tikje sportief wezen gaat immers zelden iemand dood.

Wat bijna onmiddellijk na het verlaten van de haven opvalt is hoe gevarieerd de waterwegen zijn. Soms peddel je door brede stromen waar je af en toe moet uitwijken voor veel grotere boten. Op andere plekken is het water dan weer zo ondiep dat je kajak er vastloopt. Dan zit er niets anders op dan met allerlei wilde en best suggestieve heupbewegingen weer los te proberen komen.

Het mooist zijn de muisstille, smalle kreekjes waar je enkel met een kano of kajak doorkomt. De oevers zijn daar zo dichtbegroeid met riet en wilgen dat je je bijna in de Everglades waant – maar dan met snoeken in plaats van alligators. Een van de mooiste kreekjes in de buurt van de jachthaven is de Sloot van Beneden Petrus, die langs de zuidelijke oever van de Petrusplaat slingert.

In de Biesbosch vallen heel wat routes af te varen (klik hier voor een overzicht) die qua afstand variëren van enkele kilometers tot meer dan twintig. Je kiest zelf hoe lang of uitdagend je tocht wordt: ook niet ervaren kajakkers kunnen dus makkelijk een toertje uitstippelen. Bij vertrek krijg je een gedetailleerde vaarkaart mee. Da’s geen overbodige luxe wil je ooit weer thuis raken (ik overdrijf hier licht). Onderweg kom je watervogels in alle geuren en kleuren tegen. Zelf spotte ik vooral Canadese ganzen – ironisch genoeg exoten. Voor de zeldzame vis- en zeearenden moet je wat geluk hebben, maar ze vliegen hier zeker rond. Wie graag eens een bever wil zien, boekt ’s avonds best een begeleide bevertocht die vanuit het museum vertrekt. Bevers worden immers  – ik begrijp hen volkomen – pas wakker als het begint te schemeren.

 

Dag 3: Geertruidenberg en Drimmelen: de historische poorten tot de Biesbosch

Slaap in het voormalige Stadhuis van Geertruidenberg

View of Geertruidenberg's church and market square
Frontal view of Stadshotel Geertruidenberg
Inside Tapperij Huis ten Bosch

Onze tweede nacht brachten we niet door in de Biesbosch zelf (waar je overigens uitstekend kan kamperen), maar in het nabijgelegen Geertruidenberg. Ook Geertruidenberg maakte deel uit van de Zuiderwaterlinie, en ligt ten zuiden van het natuurgebied. De kerktoren is er even indrukwekkend als in Woudrichem, en wie er bovenop klimt kan bij helder weer in de verte zelfs attracties van de Efteling zien staan. Het leven in Geertruidenberg speelt zich voornamelijk af op de centrale markt voor de kerk, waar zowat alle cafés en restaurants liggen. Wij hadden geluk, want net die dag vond de kofferbakverkoop plaats: een rommelmarkt waarop mensen van heinde en verre tweedehandsspullen vanuit hun auto verkopen. Het evenement vindt plaats op de laatste zaterdag of zondag van elke zomermaand en is aangenaam om even door te lopen – zeker in combinatie met een borrel in Tapperij Huis ten Bosch: een bruin café zoals ze horen te zijn.

Vandaag is Geertruidenberg een piepklein en wat slaperig stadje, maar eeuwenlang gold het als de sleutel tot Holland. Dankzij de strategische ligging groeide het uit tot een belangrijke handelsstad, waarvan de statige koopmanshuizen aan de markt nog altijd getuigen. Ook hier veranderde de Sint-Elisabethsvloed alles. Grote delen van de omgeving kwamen onder water te staan, waardoor de stad haar positie als handelscentrum langzaam verloor.

Overnachten deden we in één van de mooiste panden op de markt. Stadshotel Geertruidenberg ligt in het voormalige stadhuis, dat stijlvol gerestaureerd werd. Onze kamer was groter dan het gemiddelde appartement in Amsterdam, en in sommige ruimtes kan je nog originele middeleeuwse fresco’s bewonderen. Wie nog dieper in de geschiedenis wil duiken, kan terecht in Museum De Roos. Daar ontdek je aan de hand van historische wapens, harnassen en tal van andere voorwerpen hoe Geertruidenberg zich door de eeuwen heen ontwikkelde.

 

Drimmelen: de charmante toegangspoort tot de Biesbosch

View of Herengracht in Drimmelen
View of Herengracht in Drimmelen
Restaurant BOEIEN in Drimmelen

Op tien minuten rijden van Geertruidenberg ligt Drimmelen: een dorp met iets meer dan 500 inwoners dat met z’n vijf haventjes één van de belangrijkste toegangspoorten tot de Biesbosch is. Omdat het weer ons wat in de steek liet – lees: omdat het snoeihard begon te gieten – besloten we eerst even te schuilen/lunchen in Restaurant BOEIEN dat over de jachthaven uitkijkt en in een erg “expressief” ingerichte hangar werd gestoken. Achter een onopvallende deur naast de toiletten zit bovendien een gigantische binnenspeeltuin verstopt – kleine tip voor wie met een vergelijkbare regendag kampt.

Drimmelen is best pittoresk en nodigt – als het tenminste geen oude wijven regent – uit tot kuieren. Het dorp werd dan ook twee keer uitgeroepen tot mooiste van Noord-Brabant. Het meest fotogenieke stukje ligt rond de met bloemen omzoomde Herengracht, waar een hoop elegante 19e-eeuwse zalmvisserswoningen langs het water liggen.

Wie de Biesbosch nog één keer vanop het water wil beleven, kan vanuit Drimmelen makkelijk een boottocht boeken. Wie liever gaat wandelen vindt ten westen van het dorp dan weer Natuurgebied De Worp: een drassig binnendijks gebied waar verschillende wandelroutes vertrekken. Tussen de oude haven en het dorp ligt het Beverpad, een mooie wandel- en fietsroute met uitzicht over de Biesbosch aan de ene kant en de uitgestrekte Brabantse polders aan de andere. Na drie dagen vol ontdekkingen, is Drimmelen een prima afsluiter. Het heeft misschien niet de meest spectaculaire bezienswaardigheden, maar is wel een plek waar je nog één keer de sfeer van de Biesbosch kan opsnuiven alvorens weer huiswaarts te tuffen. Geniet er van nu het nog kan.

 

Praktische informatie

Girl Kayakking in the Biesbosch Nature Reserve

 

Meer inspiratie voor Noord-Brabant

Benieuwd naar nog meer wandelingen, fietsroutes en leuke uitstappen in Noord-Brabant? Op de website van VisitBrabant vind je heel wat inspiratie voor een volgende trip, van natuurgebieden en vestingstadjes tot bruisende steden. Dank ook aan m’n bestie Floor om als bikini-babe voor de foto’s te dienen. Nummer verkrijgbaar bij de redactie.

Meer lezen?

Blijf nog even in Noord-Brabant en ontdek ook:
Eindhoven: acht tips voor een bezoek aan de designhoofdstad van Nederland
-Fietsen door het Brabant van Vincent van Gogh

 

You Might Also Like

No Comments

    Leave a Reply